Artikelen & gedichten

Ik heb in de afgelopen 20 jaar geschreven voor alle New Age magazines. Bij elkaar zo’n zeventig, tachtig artikelen en interviews. Op deze pagina vind je 8 artikelen, waarvan ik zelf het idee heb dat ze een aardig tijdloze waarde hebben. Ze komen uit Bres, Prana, Jonas en Onkruid.
Eerst het verhaal over de buitenaardse expeditities in het prehistorische Mesopotamie (het Irak van nu!), daarna zeven andere artikelen.
Dat betreft in deze volgorde:
1. Het Boek Genesis in spijkerschrift
2. De Uitverkorenen (over de relatie met dubieuze goeroes)
3. De 81e Tarotkaart
(over het gevaar van orakelen en het nut van een extra waarschuwingskaart)
4. Tantrische Seks (ervaringen in India met Margo Anand)
5. Loutering in het Manicheische Christendom
(over het nuttig samenwerken van goed en kwaad)
6. De Idoolhof (over de relatie van goeroes met kwetsbare discipelen)
7. Herpes? Zeur niet!: leren leven met een levenslange infectie
8. Werken met familieopstellingen

vogel

1. Het Boek Genesis in spijkerschrift (artikel in het tijdschrift BRES, 2000)

De aandacht van de zonen der goden voor de dochters der mensen De ontcijfering van duizenden Mesopotamische kleitablet­ten uit 3800 v. C. leest als een autobiografie van ruimtevaarders, afkomstig van een ‘twaalfde’ planeet. Deze zonen der goden kolonialiseerden de oude aarde en namen de dochters der mensen tot vrouw. De genen van deze astronauten creëerden de denkende mens, de Homo Sapiens. En ze komen straks terug van weg geweest!   De Amerikaanse Sumeroloog en schrijver Zecharia Sitchin is één van de weinige geleerden die in staat is het zogeheten cuneiform te ontcijferen. Dit is het schrift dat werd aange­troffen op duizenden kleitabletten uit de Mesopotamische cultuur van 3800 v. C. Ze werden in 1900 in Irak gevonden. Zijn eerste boek hierover, The twelfth planet, werd bij verschijning in 1976 (in Amerika) al een briljan­te combi­natie genoemd van geschiedkundige, archeologische, astronomische, mythologische en Bijbelse informatie. Zijn conclusies verbijsteren nog steeds. Sitchin vertaalde uit het spijkerschrift de informatie dat er een twaalfde planeet in ons zonnestelsel beweegt, die elke 3600 jaar in onze buurt komt. Zelf noemden diens bewoners hun planeet ‘Mardoek’, Mesopotamische geleerden gebruikten later de naam Niburu. Deze ruimtevaarders wippen sinds 450.000 jaar tijdens zo’n periode een tijdlang over om wat rijkdommen van onze aarde te exporteren. In Mesopotamië vestigden ze zodoende een grote ruimtehaven om olie te tanken. Verder haalden ze goud uit Zuid- en later Oost-Afrika, dat ze nodig hadden voor klimaatbeheersende installaties op hun moederplaneet. De Mesopotamische priesters beschreven op hun kleitabletten uitgebreid de godenhiërarchie, die aanvankelijk alleen uit mannen bestond. Het hoofd van de godenfa­milie was An (of Anoe in de Babylonisch-Assyrische teksten). De portalen van zijn paleis in de Hof van Eden, ergens in de buurt van Mesopotamië, werden bewaakt door een god van ‘de boom der waarheid’ (waarschijnlijk Anoe’s eerste zoon Enlil) en een god van ‘de boom des levens’ (waarschijnlijk Anoe’s tweede zoon Enki, ook wel Ea genoemd). Deze en talloze andere elementen herinne­ren ons direct aan de beschrijving van het paradijs in het recentere Oude Testament. Tijdens grote crises daalde Anoe zelf af naar de aarde, maar ook om bijvoor­beeld zijn achterkleindochter, de lokaal vereerde godin Inanna (Isjstar), tot zijn gemalin te maken. Wat zijn eerdere echtgenote Antoe daar van vond, lezen we helaas niet. Deze goden werden, ook nog in het Oude Testament, aange­duid met Nefilim, dat vaak -als zijnde Hebreeuws- wordt vertaald met reuzen: ‘Toen de reuzen nog op aarde waren.’ Dat is op zich mysterieus maar onjuist. Sitchin stelt echter dat het woord komt van de Soeme­rische taalvorm NFL, dat ‘op de aarde gewor­penen’ betekent. Toen deze astronauten de zaken groter wilden aanpakken, hadden ze werkkrachten nodig in hun raffinaderijen, mijnen en delfplaatsen. Daarom kruis­ten ze mogelijk, waarschijnlijk zo’n 40.000 jaar geleden, hun eigen genen met die van de lokale aapachtige Cro Magnonmens. Die informatie komt overeen met modern onderzoek dat het DNA van de huidige westerse mens allemaal terug kan voeren op een voormoeder Eva die 40.000 jaar geleden plotseling in Zimbabwe verscheen! Het product van dit weloverwo­gen buitenaardse experiment was aanvankelijk een steriel, hybride wezen, een soort menselijke muilezel. Als een groot ge­schenk gaven de Goden deze mensen, de Homo Sapiens, uitein­delijk wel het vermogen om zich te kunnen voortplanten. Dit verhaal kennen we uit Genesis, waar Adam en Eva zich pas van hun seksualiteit bewust werden, nadat ze in de Hof van Eden (Mesopota­mië) van de boom van kennis gegeten hadden. De slang, symbool van vrouwelijke wijsheid, raadde hen aan zich te verzetten tegen de behoudzucht van hun dominante mannelijke god (waarschijnlijk Enlil). “Gaat heen en vermenigvuldigt u,” werd toen aan de eerste echte mensen opgedragen, maar helemaal van harte liet die God zijn speeltje niet gaan. Deze eerste mens aanbad vanzelfsprekend zijn onbeschrijfelijk machtige Goden, die hij met raketten uit de hemel zag afdalen en was hun volkomen dienstbaar. Dankzij hun eerdere genetische ingrepen konden die Nefilim tienduizenden jaar later ook vruchtbare seksuele verbindingen met aardse vrou­wen aangaan. Daaruit ontwikkelde zich weer een ander soort mens. Zo ontstonden de eerste families van halfgo­den. De verwanten raakten niet zelden bitter verdeeld over opvolging in de verschillende koninkrijken, voorrechten, landverdeling of het vertier met elkaars vrouwen. Zo kon het gebeuren dat bepaalde goden heftig jaloers werden als groepen stervelingen ineens andere ‘goden’ gingen aanbidden. Onderling bleken verschillende groepen astronauten ook regelmatig op de vuist te gaan. Hun conflicten vinden we in talloze heilige mythen terug, vergelijkbaar beschreven in Vedische, Egyptische, Babylonische en Griekse bronnen. Na de zondvloeden die zo’n twaalfduizend jaar geleden een groot deel van de bewoonde gebieden over­spoelden, werden sommige uitverkoren mensen gered. Volgens moderne geologen was dat waarschijnlijk het gevolg van het in zee storten (bij de Bermuda’s) van een enorme komeet. Dat zou ook de ondergang van Atlantis kunnen hebben veroorzaakt. De Soemeriërs wijzen als oorzaak van die ramp de boosheid van Enlil aan, die kennelijk veel macht over het weer had. Gelukkig was zijn broer Enki prettiger begaan met de mensheid. Hij was degene die immers ook een sleutelrol had in het schèp­pen van de mens. Het was natuurlijk Enki, die de rol van slang speelde in de Hof van Eden! Hij zag zijn creatie niet graag door zijn superbroer Enlil vernietigd. Om die reden redde hij Noach, moge­lijk ook andere mensen in andere delen van de wereld. Na de ruzie tussen de broers trok hun vader Anoe zich terug in de hemel. De winnende broer Enlil kreeg voortaan de bronnen van het land te beheren en Enki moest zich tevreden stellen met de oceanen en de scheepvaart organise­ren. Dat was kennelijk toch een profijtelijk handelsproject want Enki haalde van over de hele wereld voortaan kostbare metalen en halfedelstenen naar hun exportstation in Soemerië. De culturele ontwikkeling van de overgebleven mensen gaat tussen 11.000 v. C. tot 4.000 v. C. heel langzaam. De buitenaardse goden zijn dan ook wat uit het zicht geraakt, hoewel ze nog wel overal aanbeden worden. Maar als hun planeet Mar­doek weer langs wentelt, komen de goden terug. Ze scheppen vier ‘gewesten.’ Mesopotamië, het Nijldal en de Indusval­lei werden in die volgorde door de goddelijke heren tot exploitatie gebracht (respectievelijk rond 3800 v.C.,3000 v.C.en 2800 v.C. ). Het vierde gewest werd heilig en verbo­den gebied verklaard, Tilmoen genaamd. Daar vestigden de Nefilim namelijk hun nieuwe ruimte­ba­sis. Het beroemde Gilgamesjepos beschrijft een verhaal van een koninklijke afstammeling van de reuzen, die toch afreist naar de verboden basis van zijn voorouders in dat gebied. Waarschijnlijk is dit het geboortegebied van de Ariërs geweest, nomadische stammen die hun mannelijke macht langzamerhand oplegden aan de zuidelijker culturen van India, Midden-Oosten en Europa. Het zou goed kunnen dat deze Ariërs ook een flinke geneninjectie van onze viriele ruimtevaarders gehad hebben. Tussen de drie genoemde ‘gewest’-beschavingen bestonden nauwe culturele en economische banden. Ergens rond 3800 v. C. is er dus aan de oevers van de Soemer een drastische overgang van een eenvoudige landbou­wende gemeenschap naar een onwaarschijnlijk hoge, schrijvende cultuur. Die sprong geldt voor geavanceerd bouwen, voor aardewerk en muziek maken, metaal verwerken, genees­kunde, kookkunst, rechtspraak, textiel­industrie en zeevaart. Sitchin concludeert dat al die vaardigheden werden overge­bracht en gestimuleerd door astronau­ten die in het olierijke Meso­potamië voor de tweede keer een brandstofstation hadden gevestigd. Ze zetten bovendien een soort genetisch-botanisch labora­torium op, waar voor het eerst diverse dieren gedomesticeerd werden, gewassen veredeld en een opeen­volging van kunsten onderwezen. Zaden als dat van de spelt (een genetisch raadsel) waren een gift aan de aarde van de god Anoe, zo vermeldt een kleitablet. Bijzon­der is dat er een grote nadruk lag op rechtvaardigheid en dat men genees­kunde bedreef op een niveau dat niet veel voor dat van ons onder deed. Het meest intrigerend zijn de vele astronomische teksten, waarin allerlei planeetbewegingen en -condities lijken vastgelegd. De Soemerische priesters/astro­nomen tekenden meer dan vijfduizend jaar geleden op dat de aarde een bol was, vanuit een bovenaanzicht in kaart gebracht bovendien. Waarschijnlijk durfden de oude Fenicische en Carthaagse zeelieden op basis van zulke kaarten de oversteek van Marokko naar de Zuid-Amerikaanse kusten te maken. En hoe anders kon men de aardse bolvorm kennen dan met de hulp van vliegtoe­stellen? Waar kwam de kennis vandaan waarmee ze in tekst en beeld een compleet plane­tarium, gebaseerd op bol-sterrenkunde beschreven? Wat hadden ze aan het noteren van aanvliegrou­tes in ons zonnestelsel en aan markeringspunten om op aarde veilige landingsplaatsen te kunnen lokaliseren? Je zou toch denken dat al die kennis voor de lokale ploeteraar van generlei waarde was? Wat moesten ze met hun zeer precieze efemeriden (planeetbaan-voorspellingen), zodiakale indelingen en afstandmetingen in graden en eenheden van 10.692 meters (een ‘beroe’)? De Soemeriërs hielden niet alleen nauwkeurige kalen­ders bij maar kenden ook de precessie der equinoxen en het Grote Kosmische Jaar van 25.920 jaar! Er is eigenlijk geen andere conclu­sie mogelijk dan die van Sitchin: al deze informatie is afkomstig geweest van een in de ruimte navigerende intelli­gentie. Het is verbijsterend dat zijn werk nog steeds genegeerd wordt door collega-wetenschappers. Met name is er voor astronomen en andere heelalvorsers discussie­stof te over op de Soeme­rische kleita­bletten. Volgens allerlei afbeeldingen is de thuisplaneet van de Nefilim, Mardoek, groter dan de aarde, maar kleiner dan Jupiter en Saturnus. Drieduizend jaar geleden lokaliseerde men deze planeet tussen Mars en Jupiter. Bijzon­der is dat zijn baan om de zon ingaat tegen die van de andere elf beken­de plane­ten, zon en maan meegerekend. Nog raadselachtiger maar even intrigerend is het Mesopo­ta­mische scheppings­epos. Daarin wordt beschre­ven hoe, enkele miljoenen jaar geleden, het binnen­dringen vanuit de buitenruimte van deze nieuwe planeet, toen met zeven satellieten, in ons nog instabiele zonnestelsel leidde tot een botsing van één van die satellie­ten met de planeet ‘Tiamat’. Dat was onze aarde. Zij werd daar­door in twee stukken gespleten. Het grootste stuk kreeg een nieuwe baan en een satelliet. Dat was de oorspronkelijke planeet ‘Kingoe’, die als maan om ‘Tiamat’ ging draaien. Het tweede stuk werd echter later nogmaals getroffen en verbrijzeld in stukken die tegenwoordig aan ons bekend zijn als de asteroïden­gordel. Pluto, aanvankelijk een satelliet van Saturnus, kreeg pas toen een eigen excentrieke baan. Ons zonnestel­sel heeft er dus ooit anders uitgezien dan nu, maar inmiddels is Mardoek weer in de verre ruimte verdwenen. Dit Mesopotamische verhaal geeft een volstrekt samen­hangende, plausibele kosmo­gonische verklaring voor allerlei astrono­mische raad­sels, zoals waarom allerlei kometen (resten van die enorme botsing) in een richting met de klok mee bewe­gen, terwijl de bekende planeten tegen de wijzers van de klok in om de zon draaien. Ook de verwoestingen op de maan hangen met deze gebeurtenissen samen. Tevens bevestigt deze zienswijze die van Nobel­prijswinnaar Francis Crick en Dr. Leslie Orgel die in 1973 al stelden dat het leven op aarde waarschijnlijk is voortgekomen uit kleine organismen van een ver verwijderde planeet. Een bezaaiing dus? Via een botsing met een planeet uit de buitenruimte? Lijkt het aardse en het buitenaardse leven daardoor zo veel op elkaar dat er opnieuw kruisbestui­ving mogelijk was? Essentieel blijft de stelling dat de Soemerische priesters geïnformeerd moeten zijn door astronomen uit een oneindig veel oudere beschaving dan de onze! Op kleitabletten staan talloze verhalen van luchtreizende goden, godinnen en/of plaatselijke gebie­ders. Ze gaan rechtstreeks naar de bewoonde planeet Mardoek. Als die zich echter eenmaal weer te ver van de aarde verwijderd heeft, dan reist men naar een ruimtestation, dat om onze planeet heen cirkelt. Films als Close Encounters, E.T. en Independance Day zijn er niets bij. Dit soort informatie wordt geïllustreerd met talloze zg. cilinderzegels, picto­gram­men en afbeel­din­gen die kennelijk vliegbrillen, een vliegdoos, koptele­foons (‘metende hangers’) of helmradioontvangers voorstellen. Ze worden in de lokale taal omschreven met begrippen als ‘dat wat ver het heelal in doet gaan’. Hoge tempels schijnen vooral te functione­ren als landings­bakens, hun ruime binnenplaatsen geven ruimte voor bemande raketten voor ‘de afdaling vanuit de hemel’, zoals een tekst meldt. Even gedetailleerd worden aanvallen met raketwapens­ beschreven. Want gewapende macht en politieke allianties blijven nodig om de business te kunnen blijven bewa­ken: ‘Vanuit een gouden kamer-in-de-lucht zal ik over u waken’, belooft de godin Inanna aan een Assyrische koning.  Hoofdstuk 6 van Genesis verdient een eerlijker aandacht dan de wetenschap tot nu toe heeft willen geven. De Nefilim waren op de aarde, staat er. Misschien wàren het ook reuzen. Waarschijnlijk hebben we een forse evolutiesprong te danken aan deze verwante oerbeschaving, aan dit volk van de ‘sjem’, het volk van de raketschepen, neergeworpen op de aarde. Voor wie nu afhaakt: even ho. Dit betekent niet ineens dat er nu geen wonderen, engelen, Christusenergie en spiritualiteit bestaat! O nee! Al is de menselijke evolutie in den beginne vooral door buitenaardsen geprikkeld, we hebben ondertussen allerlei eigen weten­schappelijke, geestelijke en spiritu­ele vermogens ontwikkeld, die onze scheppers nog voor een flinke verrassing gaan stellen, als ze terug­komen. Want dat doen ze beslist, volgens Sitchin. Telkens als hun planeet de onze nadert, bemoeien ze zich namelijk met het menselijk welzijn. Hun laatste optreden is geda­teerd rond 200 v. C.; het volgen­de zou met de bekende tussenpoos van 3600 jaar vallen rond het jaar 3400. Dat zal een boeiende ‘Dag des Heren’ wor­den. De Internetsite www.sterrenkunde.nl is mogelijk open voor verdere discussie.

Literatuur: Sitchin, Zecharia, De twaalfde planeet -Wanneer, waar en hoe astronauten van een andere planeet naar de Aarde kwamen en de Homo Sapiens schiepen- Uitg. Tiamat, Alkmaar 2000.

terug

2. DE UITVERKORENEN EN HUN SLACHTOFFERS
(gepubliceerd in BRES 2001)
Wanneer zit je fout met een leermeester, goeroe, therapeut, genezer of medi­um? Wanneer gaat je verlangen om te groeien naar een Hoger Bewustzijn een valkuil worden waarin je wordt overschaduwd, seksueel of financieel misbruikt en gehersenspoeld? Pijnlijke ervaringen van het quasi-magische New Age front leveren bruikbare waarschuwingen voor valse profeten op.
Vijf­en twintig mensen, dicht op elkaar in de huiskamer. Behalve ikzelf was er nog één andere man. De rest waren vrouwen, de meesten tussen de vijfen­dertig en vijfenvijftig jaar. Overal brandden waxinelichtjes. Op de ronde tafel in het midden lagen foto’s, sieraden en andere gebruiksvoorwerpen. De zwaargebouwde mevrouw die ons als trancemedium was voorgesteld, zou het een en ander opladen en zuiveren. Er was een heilige stilte ontstaan. Het medium begon te schokken en te trillen. Haar mond begon te praten met een veel zwaardere stem dan we van haar gewend waren. Broeder Ignatius kwam door! Hij heette ons welkom, speciale groeten waren er voor hen, die de hoon van hun familie hadden moeten verdragen om hier te kunnen komen. Ook uitte onze broeder bewondering voor diegenen die hadden moeten worstelen met hun eigen innerlijke weerstand tegen dit soort occulte gebeurtenissen. Wij, de aanwezigen, zaten in een dapper proces en de beloning zou groot zijn. Voor een aantal onder ons zou deze avond een inwijding worden. Sommi­gen zouden worden opgenomen in de vierde straal, beloofde broeder Ignatius. Hij gaf groeten door van een dierbare overledene, iemand die pas kort geleden overgegaan was. De achterblijvende werd opgeroepen niet langer te treuren maar zich te wenden naar het licht en ruimte te maken voor nieuwe contacten. Naast mij barstte spontaan een oudere dame in snikken uit. Ook aan de andere kant van de ademloze cirkel werd droevig gehuild achter een zakdoek. Ignatius ‘zag’ ook iemand van de aanwezigen voorbe­reidingen maken voor een buitenlandse reis. De betrokkene stond daar­mee een grote beproeving te wachten, maar alles zou in orde komen als hij maar dagelijks zou mediteren op het Godde­lijke Licht. Akelig was wel het cynisme dat de broeder bespeurde bij een nieuw lid van onze groep Lichtwerkers. Terwijl iedereen halsreikend uitkeek naar de Nieuwe Tijd en naar de transformatie van Moeder Aarde, waren er helaas nog altijd mensen die geremd bleven door hun eigen jeugdangsten. Zij zouden op deze manier nooit de gelukzalige opgang naar een betere wereld mee kunnen maken die de meer vertrouwende leden van ons gezelschap te wachten stond. Ik ging uiterst voorzichtig een beetje verzitten, bang om nog meer aandacht op me te vestigen. Ik had namelijk de sterke indruk dat broeder Ignatius op mij doelde.

ZEVENTIEN STERREPOORTEN
‘Op dit moment worden er op zeventien andere plaatsen op onze aarde, exact gelijktijdig, meditaties gehouden in andere heilige kringen van energiewerkers,’ sprak de stem van ons trancemedium. ‘Er gaan hier en nu sterren­poorten open, ook in onze kleine gemeenschap. Strek uw handen uit, laat jullie vingers, jullie pinken elkaar raken. Open de ontwikkelings­poort voor je geestelijke evolutie. Maak de verbinding met het sterren­licht!’Natuurlijk deed ik mee. Hoe zou ik durven storen in dit collectieve verlangen naar een verlichting van ons aardse lijden, de overgang in een andere dimensie!? Er vonden die avond helingen en genezin­gen plaats, vier dames gingen naar de vierde straal, er werden enkele dolende overledenen naar het Licht gebracht en broeder Ignatius vertelde ook nog veel moois over de Pleiaden. En dat allemaal voor het luttele bedrag van vijfentwintig gulden dat we aan het begin van de avond op een schaaltje gelegd hadden. Toch ben ik niet meer terug gegaan. Ik heb ook geen privé consult gevraagd, geen tekstboeken van eerdere seances gekocht en ik heb geen zakje met speciaal ingestraald Pleiadisch zout aangeschaft.

Op de terugweg in de auto napratend met twee andere deelneemsters lie­pen de emoties hoog op. Ik vergeleek deze spiritistische seance met mijn ontmoeting met het Engelse medium Rosemary Altea, die ik ooit voor een tijdschrift interviewde. Volgens haar nemen de doden actief maar onzichtbaar deel aan ons leven. Met hun zogenaamde etheri­sche lichaam, dat onvernie­tigbaar zou zijn, groeien ze gewoon op. Ze zijn `veilig’; de doden hebben de dood over­leefd, zegt Altea. Sterker nog: ‘Ze laten weten dat ze voor altijd bij je zullen zijn om je bij te staan. Ze zien zoveel helder­der dan wij -ook in de toekomst- omdat wij ons zo gemak­kelijk laten verblin­den door emoties.’ Ik beschouw dit medium vooral als een bekwame telepate, die de geest van haar levende cliënt aftast op informatie. De overledenen die bij haar ‘door’ komen, geven dan inderdaad onmiskenbare bijzonderheden en details die niemand kan weten. Maar de boodschappen blijven meestal oppervlakkig, hoewel zeer poëtisch: ‘Je vader vertelt je dat als je een zachte bries over je gezicht voelt, het zijn adem zal zijn.’ Broeder Ignatius uit de trance vergeleek ik met de relatie die Rosemary Altea heeft met haar geleidegeest, de Indiaan Grey Eagle. Het lijkt bijna een orakelverslaving, als blijkt dat zij haar gids zelfs bij de allerge­woon­ste dingen om hulp vraagt: ‘Hoelang moet dit vlees in de oven, Grey Eagle en zit er vol­doende zout op?’ Ze bekende me dat ze graag opnieuw een relatie met een partner zou willen. Helaas, de gemiddel­de man zal wel opzien tegen zo’n permanent trio met een onzichtbare extra partner die alles natuurlijk beter weet. En is het uit te houden met iemand die zo ‘door je heen kan kijken’ en die zo Bijzonder Speciaal is? Brrr. Het werd net geen slaande ruzie in de auto. De mevrouw die mij bij de seance had uitgenodigd, kon mijn kritiek wel plaatsen: ‘Twijfel is ook een spirituele deugd,’ vond zij. Haar vriendin, één van de ‘opgestraal­den’ van die avond, vond echter mijn wantrouwen van giftige aard. Ineens sprak ik mijn oordeel maar uit ook: ‘Sorry, maar jij laat je inpalmen door een nepchannel.’ ‘O ja?! Er waar herken jij dan een zogenaamd bonafide kanaal aan?’ wilde ze emotioneel weten.

SCHADE EN SCHANDE
Ik moest bekennen dat ik vooral door schade en schade wijs geworden ben. Zo heb ik veel genoten maar ook veel dubieuze dingen meegemaakt in de Indiase ashram van Bhagwan Shree ‘Osho’ Rajneesh. In een eerder artikel (Bres 199) beschreef ik mijn lugube­re contact met de Zwitserse charismatische maar volkomen gestoorde goeroe/therapeute Hanna ‘Kalihatti’ Boeschenstein. Ik heb ook veel groten in New Age-land kunnen intervie­wen en niet zelden betrapt op een enge cultus van Zeer Speciaal Zijn. Ik was ook gewaarschuwd na het lezen van De uitverkoren planeet van de Amerikaanse Phyllis Virtue Schlemmer. Zij channelt exclusief de buiten­aardse Raad van Negen, die zichzelf als de ‘Spelbedrijvers’ etiketteren. Deze hiërarchie (de’Elohim’ uit de Bijbel volgens haar eigen zeggen) bestuurt haar mediamieke lichaam. Helaas gaat haar publiek doorgaans heel vermoeid naar huis. Dat is voor mij de zoveelste aanwijzing dat er zich hier een dubieuze astrale plaaggeest manifesteert, die knap parasiteert op de energie en de aandacht van haar idolate slachtoffers. Zou dat hele channelen niet verboden kunnen worden? Schlemmer smijt overigens met de meest exotische namen van allerlei beschavingen in het heelal. Hoova, Altea, Asjan en Aragon. Zeneel, Zeemed en Zenthorp… Niet te verifiëren kletskoek en er wordt nog in geloofd ook. Het grappige is nou juist weer wel dat mevrouw Schlem­mer channelt dat we enorm moeten uitkijken voor de Pleia­den-bewo­ners. Er gaan invasies komen, evacuaties, opstra­lingen en transformaties. Sommige lui worden gered en andere niet. Ik vast niet. Ik vind het schitterend hier op aarde. Mijn loyaliteit ligt onverbrekelijk bij Moeder Aarde. Waarom ben ik anders hier geïncar­neerd? Ik blijf
De geschiftheid van al dat channelen wordt demonstratief aangetoond als je naast De uitverkoren planeet de boeken legt van een andere Amerikaanse schrijfster, Barbara Marciniak, die beweert juist lièfdevolle Pleiadische ‘tijdreizigers uit de toekomst’ te channelen. Brengers van de dageraad was een hype in de boekhandel, maar Marciniak is een schoolvoorbeeld van een valse profeet, die het lichtgelovige publiek eerst angst aanjaagt met haar waarschuwingen voor onder­aards wonende kwaadaardige reptielen en het dan troost met gezwollen, quasi bewust­zijnsverrui­mend gebabbel over oplossingen (‘Trek je wandelschoenen aan, ga naar buiten en neem een dag vrijaf in de natuur’). Van haar moeten we ons meer verzetten tegen de technologische beschaving en de juiste frequentietrillin­gen oppikken. De Pleiaden bieden ons liefde en licht, de kracht van het getal 12 en automa­tische opname in de Familie van het Licht. Op Melkwegconferenties wordt met smart op Aardevertegenwoodi­gers gewacht! Echt waar? In haar nieuwste boek Familie van licht meer van hetzelfde maar nu pakt ze gemakheids­hal­ve ook maar het Maya-jaar 2012 uit de kast: dàn krijgen we eindelijk alle verborgen mysteries onthuld!

GLASTONBURY
Kortgele­den kreeg ik als extraatje in handen het boek van Anita van der Meer met de titel De Uitverkorenen. Daarin beschrijft zij vergelijkbare ervaringen uit 1996 met de leidster van het beroemde healingcen­trum Shamballa in het Engelse Glastonbury. Deze dame (even charismatisch en toeval­lig net zo moddervet als mijn Hanna Boeschenstein) claimt een overschaduwing te zijn van de Egyptische godin Isis. Ze leest aura’s, vorige levens en zielsafspraken. Dan praat ze haar toekomstige discipelen moeiteloos een andere werkelijkheid in van seksuele intimidatie, spirituele verslaving en fysieke slaafsheid. Haar gasten worden in korte tijd geheel ondergesneeuwd in een psychopatische empathie. Hoe lukt haar dat? Bij honder­den Engelse slachtoffers en bij zeker twintig ‘nuchtere’ Nederlanders? Bijvoorbeeld omdat deze mevrouw Isis niet zo maar een eenvoudige Broeder Ignatius channelt of desnoods Broeder Wappa uit Orion of iemand van het Ashtar Commando, maar meteen de volledige Hiërarchie van Verheven Meesters! Hallo! Aartsen­gel Metatron! Met de steun van zo’n oppermachtige, maar oncontroleerbare want denkbeel­dige Godheid moet het Netwerk van Isis de wereld redden. Anita laat zich aanvankelijk redeloos, redde­loos en radeloos inpalmen. Ze is wel zo nu en dan ongerust maar toch schrijft ze: ‘Ik kan niet weg, want wat moet er dan van het Goddelijke Plan terecht komen?’Men gaat op groepsreizen naar Egypte, wordt verschil­lende keren ingewijd, krijgt andere namen en een andere identiteit. Dat proces van overschaduwd worden be­schouwen de discipelen van Isis zelfs als een eer. Je bent dan een zogeheten walk in, een voertuig voor een hogere entiteit. Ook de discipelen van de Amerikaanse goeroe Drunvalo Melchizedek vinden het de gewoonste zaak van de wereld dat hun idool heeft verklaard dat hij een walk in is. Dat hij de oorspronkelijke bewoner van zijn lichaam naar een andere (betere?) bestemming heeft geloodst. Zo kan een knappe tovenaar mooi een soort fysieke onsterfelijkheid ritselen. Leen een lichaam! Een variatie op de Body snatchers. Reclame voor deze zelfde truc maakt ook de Australische Reiki-meesteres Jasmuheen, die ook al Verheven Meesters channelt. Zij beweert dat je in een pro­gramma van 21 dagen door godsvertrouwen, vasten en de eerste week niet drinken jezelf ‘terug af kunt stemmen’ op de goddelijke trilling. Haar theorie zit vol getalsfrequenties, resonanties, dimensies, subniveaus en wetenschappelijk klinkende tips om je DNA en je geest te herprogrammeren. Haar levensgevaarlijke experiment trekt veel New Age egotrippers aan, die kicken op deze bijna-dood-ervaring en het Speciaal Zijn wat er mee verbonden is. Na tien dagen niet meer drinken trekt de ziel zich namelijk terug uit het li­chaam en maakt zo­doende de weg vrij voor een quasi-liefdevolle, esoterische bull shit uitbrakende plaag­geest, een walk in. Tenminste, als het ‘goed’ gaat. Diverse mensen uit deze club zijn al overleden. En waar hebben we zulke verhalen al eerder gehoord?

EHTERROOF
Madame Blavatsky is terecht haast heilig verklaard, omdat ze waarschuwde tegen het fenomeen van `ether­roof’ waarbij onstoffelij­ke wezens zogenaam­de etherische fosfor en andere lekkernijen aftappen van levende lieden om zo hun eigen astrale bestaan te kunnen verlengen. Op het podium wordt een kunstje door een Jomanda of een Rasti Rostelli ver­toond, maar de zaal betaalt. Dat gebeurt letterlijk en figuurlijk. De toneel­hypnoti­seur krijgt drie mensen korter of langere tijd van het roken af, maar daar gaat het hèm niet om. Hij denkt aan de duizend mensen in de zaal, die vijftien gulden voor hun toegangskaartje betaald hebben. Op die manier willen vast ook allerlei plaaggeesten graag wat kennis kwijt of wat mysterieuze operaties verrich­ten. Gaat u maar naar Tiel, naar Lelystad of naar Glastonbury. Alles heeft echter zijn prijs, stoffe­lijk of onstoffelijk. Dit heelal draait om geven en nemen of je dichtbij kijkt of ver af. Ook in Shamballa werd en wordt betaald. Door Anita van der Meer en honderden anderen. Het gaat daar niet meer om een gezellige Rasti Rostelli-familieshow maar om een heel groot Iets. Isis gooit het bekende jargon als een wurgnet over haar naïeve bezoekers heen. Galactische Raden, Planetair Bewust­zijn, Chris­tus-energie, het kan allemaal niet op. En ondertussen maken de Sterrenpoorten de aarde een speeltuin voor Grijzen, Reptielen, E.T.’s, Deva’s, Meesters en Engelen. Crisis na crisis ontvouwt zich dus bij de schrijfster, valkuil na valkuil gaat open. De hersenspoeling gaat heel diep, de deprivatisering ondermijnt elk zelfstandig denken en alsmaar krijgen de slachtoffers te horen dat hun bezwaren slechts uitingen zijn van hun draakach­tige ego dat niet wil loslaten. Het wordt dan wel heel lastig om nog even gezond argwanend te zijn door al die romantische gevoe­lens van toewijding. Anita van der meer vond na een jaar of drie uiteinde­lijk weer voldoende van zichzelf terug om zich af te kunnen wenden van haar krankzinnige Engelse goeroe. Van der Meer is een goedopgeleide trainer en thera­peut. Ze gaf al jaren works­hops. En toch raakte ze een tijdje flink de weg kwijt… Later aan de telefoon zegt ze: ‘Om jezelf te provoceren ben je bereid om heel ver te gaan, om de show heel lang mee te spelen.’ Tja, dat kan kennelijk. Tussen de regels van dit boek door valt op dat enge Isis vooral Anita’s eigen verlangen om uitverkoren te zijn spiegelde. ‘Aange­we­zen’ zijn, Speciaal, Anders, Hoger, Verder, Belang­rijk en Zuiver, Volmaakt in Gods ogen, dat willen we misschien wel allemaal. Zou het kunnen dat je juist dan struikelt over je gewone menselijkheid? Zou het kunnen dat Het Goddelij­ke juist plezier heeft in het gewone, in het grappige, het geile en het gezellige? Dat het Grote Geheel niet houdt van Alleen Maar Goed? God schept vast en zeker ook genoegen in het broze spel van Donker en Licht. Wat dat betreft zijn al die nepgoeroes, die paranormale charlatans en egocentrische channels natuurlijk de mooiste en zeer bruikbare hulpmid­delen in het Wonderlijke Theater dat leven heet.

CHECKLIJSTJE
Laten we dus kritisch naar deze situaties blijven kijken, net niet zelf te arrogant of betweterig, maar als gewaarschuwd man (of vrouw) voor twee te tellen. Met Anita’s schrij­nende verhaal van magisch misbruik in de hand kunnen we inmid­dels wel een soort checklijstje maken. Wanneer zit je fout met een leermeester, goeroe, therapeut, genezer of medium? Een valse profeet begint met vleierij. Je energie en innerlijke kwaliteiten zijn hem of haar opgevallen (‘Jij zit dicht bij het Christusbewustzijn’) of je groeitempo is schitterend (‘Wat werk jij goed door je blokkades heen, zeg!’). Je kijkt nog niet door het netwerk van leugens en bedrog heen. Je bent nog geen grote sommen geld kwijt, je bent nog niet seksueel mis­bruikt en je hebt nog geen fraude hoeven plegen om je het zwarte gedrag van je goeroe wit te wassen. Als de smeerlap met die dingen zou begin­nen, was je verblinding immers van korte duur. Nee, het spel zal zich rustig aan ontrollen. De tweede narigheid komt subtiel om de hoek: je wordt onge­rust en bang gemaakt. Uit onderzoek van je aura, horoscoop, handlijnen, uit aparte testjes of uit de een of andere paranormale of orakelgestuurde waarne­ming blijkt dus al gauw dat je allerlei blokka­des hebt, trau­ma’s en kwetsu­ren. Je hoort dat je best wel leuk bezig bent met zelfonder­zoek, maar ondertus­sen heb je last van je minderwaardigheids­complex en van mogelijk psychosomatische kwalen (‘Voel je die span­ning in je lage rug?’). De ander beweert para­gnost te zijn en praat je zelfs oncontroleerbare en afschuwelijke ziekten aan. Zo vertelde Oibibio-goeroe Bert van Riel iemand: ‘Jij hebt potentiële kanker­cellen in de baarmoe­der.’ Dat op zich is al goed voor een doodschrik! Na intensief slikken van zijn drankjes ben je na een jaar weer genezen van een ziekte die niemand anders überhaupt bij jou heeft kunnen vaststellen. Gevoelige en overgevoelige mensen zijn doorgaans kwetsbaar voor infiltraties van hun zenuwgestel, dus een opvallende persoonlijkheid veegt makkelijk hun eigen innerlijke grenzen aan de kant.

Punt drie roert zich: de nepprofeet prikkelt een gevoel van hulp nodig hebben. Hij of zij kan jou gelukkig snel of op termijn genezen, als je maar goed luistert en doet wat de meester zegt. Als je volgeling van Johan Maasbach uit Den Haag bent of van de Koreaanse dominee Sun Myung Moon bent, moet je je ook nog strikt aan veel Bijbelse ideeën over moraliteit houden. Hoe dan ook, je krijgt er een gevoel van zeker­heid voor terug. Je hoort eindelijk ergens bij. Je wordt gezien. Misschien magneti­seert hij of zij je heerlijk of bezorgt hij of zij je je eerste echte orgasme. Iets wordt er in elk geval in je vervuld.  Je situatie wordt niettemin precair als er gedwongen winkel­nering (Punt vier) bij komt. Je moet iemands boeken kopen en uit het hoofd leren, een ‘Transformatie-Tetraeder’, casset­tes, CDs, appara­ten of uitvindingen kopen en/of uitventen in familie of op straat. Vaak verstrekt de nepmees­ter/ge­nezer je een al dan niet inge­straal­de edelsteen of zalf­je, drankje of pilletje. Het wordt niet ver­goed door het Zieken­fonds en er zit geen BTW-bon­netje bij. Natuur­lijk zijn er beslist integere hulpverle­ners die ook zo werken, maar krijg je als je als vijfde element ook schitterende toekomst­beloften? Wees dan beslist op je hoede. De quasi-verlich­te belooft je bijvoorbeeld een spannende positie in zijn of haar organisatie (helaas moet je meestal wel begin­nen met slavenwerk in de keuken) en je gaat strakjes iets van een Quantumsprong maken. De Verlich­ting nadert voor jou! Hoera! De Maharishi Mahesj Yogi belooft bijvoorbeeld de doorzet­ten­de TM-ers dat ze straks energetische toverkunsten, siddhi’s, kunnen uitvoe­ren (‘Zwe­ven naar een beter leven’). In elk geval krijg je te horen dat jouw zwaar­bevoch­ten trans­forma­ties min­stens gaan leiden tot helder­ zien, helder ­ho­ren of helder ­voe­len. Zelf ooit Meester spelen en ‘dars­han’ geven of lezingen houden, dat is de wortel die aan verlangende ezels wordt voor­gehou­den.

HEBZUCHT
Het zesde punt op de lijst van wangedrag is het specu­leren op iemands hebzucht. In de Avatar-club beloofden ­Harry Palmer en (de inmiddels overleden) Alexander Smit je rijkdom door het proces van loslaten van beper­kende overtuigin­gen (dis­crea­ties). Ook sommige Reiki-masters spiegelen je rijkdom voor, veel leermeesters beloven je genezen­de krachten, waar je dan een eigen praktijk mee kan beginnen. Je moet even ettelijke duizen­den gulden voor je laatste inwijding investeren, maar daarna ga jij zelf binnenlopen. Punt zeven handelt over classificeren. Je wordt ergens op een denkbeel­dig laddertje ingedeeld en je kunt opklimmen. Dat permanente vergelij­ken met medestudenten of andere discipelen moedigt doorgaans een besmuikte competitie aan. Ook ontwikkelen zich in de club of school razendsnel definities over goede en foute leerlingen. Nog dubieuzer wordt het spel als jouw classifi­catie in een of andere mysterieuze code wordt gepresen­teerd. Je zit bijvoor­beeld nog in de rode spiegel in plaats van in de blauwe (inde­ling van Bert van Riel). Of je dertiende chakra-energie wervelt niet goed. Of je staat op het punt van intreden in de vijfde dimensie of van meegol­ven op straal 9. Ai. Misschien is er in de ongezie­ne wereld inder­daad sprake van hiërar­chieën, maar dat lijkt alleen zuivere koffie als dat een puur technisch detail is. Waarom zou iemand zich immers willen voor­staan op zijn Liefde voor de Mensheid of op zijn preciezer afstand tot God? Is zo’n zelfverleend predikaat van Verlichting niet even zielig als de zoveel­ste staatsgreep in een Afrikaans land? Punt acht ligt dichtbij zeven. Je Teacher of therapeut leert je denken in rangen en standen, compleet met bepaalde privileges (een kamertje dichtbij de Meester of Zijn eten mogen klaarmaken). Dat werken met quasi spiritueel gezag wordt tegen­woordig opvallend geafficheerd door lieden die bewe­ren dat zij, weer van een Hogere Autoriteit (minstens van Aartsengel-niveau), autoriteit op aarde gekre­gen hebben. Zij ‘mogen’ jou helpen. Jij ‘mag’ ook meehelpen aan het Godde­lijke Plan. Dat ‘mag’ de spirituele Halve Gare jou ook namens de Grote Onzichtba­re mee delen. Zelf verantwoor­ding nemen is er niet bij en als er iets fout gezegd blijkt achteraf, dan was dat helaas een doorgeving, een gechannelde boodschap, eventueel met tussenkomst van een plaag­geest…
Het negende punt slaat op gerommel met feiten, data en fenome­nen. Meestal gooien die vreemde bewustzijnsverruimers c.q. vernauwers je dood met abstract, wazig en wollig gebab­bel. Uit de folder van Sonia Bos: ‘Zij bericht ons omtrent de vernieu­wingen die het Aquarius­tijdperk de mens brengt. Haar inspiratie ontvangt zij uit de Akasha van de Bron van het Leven. Hierin wordt zij geleid door de Universele Wereld­rege­ring, waarvan zij de spreek­buis is.’ Zij alleen? Het lijkt precies op het alleenrecht van Phyllis Schlemmer. Van dit soor lui krijg je alsmaar bombastische praatjes te horen, die je de neiging geven om geïrriteerd te vragen: ‘Hoe weet u dat toch allemaal!?’ Kosmi­sche oplich­ters komen reuze makkelijk aan met wonderlijke, oncon­troleerba­re getallen en veel Hoofdletters. Uit de folder van Johan en Elke van der Stok uit het Friese St. Annaparochie: ‘In Healing 3 kunnen via de Kosmi­sche krachten van Genezing alle 48 Kracht Centra van de mens gedeblok­keerd worden. In Healing 5 worden de 16 Paarlen Poorten in je celgeheu­gen opnieuw geactiveerd. In Healing 8 voor DNA-herstel worden de mogelijk­heden om jezelf uit te drukken 14 keer vergroot.’ Ir. Bas van Woelderen van de Stichting Wholisme uit Den Haag weet eveneens reuze knap allerlei exacte data te channelen: ‘Sinds 3 juni 1997 hebben Lichtwezens de mensheid de ontwikkelingsmogelijkheid gegeven om zichzelf om te polen van het verstandelijke naar het gevoels­matige.’ Onder zijn leiding heeft een groep van 40 mensen op 12 april 1997 de aarde een impuls gegeven om de verzwakkende werking van aardstralen wereldwijd te neutraliseren. En Goddank, dat is nog gelukt ook! De Stichting Light Network uit Eindhoven goochelt even stellig met jaartallen: ‘Vanaf 1972 kwam alles onder directe controle van de Heren der Tijden’. Daar beweert men dramatisch dat het Orion Rijk samen met de Dra­co/Zètafederatie een leger op aarde gevormd heeft, mensen ontvoerd en bij tienmiljoen mensen implantaties uitgevoerd.’

ANGST AANJAGEN
We komen met zulke informatie direct bij punt tien: angst aanjagen. Jouw innerlijke angsten worden op de buitenwereld geprojecteerd. Er is een gezamenlijke tegenstander geschapen en zo houdt de valse profeet zijn schaapjes bang bij elkaar. Je wordt alert gemaakt op een samenzwering. Van buitenaardsen, van de Joden, van de FBI. Van de fundamenta­lis­ten of van je eigen behoud­zuch­tige familie. Of je wordt opgezet tegen je ongeruste partner. De Antichrist is aan het werk of ondergronds wonen­de reptielwe­zens. Of je bent prooi van parasiterende, onzichtbare astrale vijanden en alleen jouw meester(es) kan je tegen dat soort engig­heid beschermen. Griezelig wordt het als aan jou zelfs planetaire verantwoordelijkheid wordt opgelegd. Van jou hangt de ondergang van de aarde af?! De nepprofeten roepen in koor dat God noch Engelen noch buiten­aardsen mogen ingrij­pen in ons en jouw karma, maar ondertussen moet de doodangstige discipel zijn of haar hele leven omgooien om niet eeuwig tot hel en verdoemenis te geraken? Wat zijn er in de laatste tien jaar van de vorige eeuw al veel doemden­kers geweest met geflopte voorspellingen over de Apocalyps, de ecologi­sche vernie­tiging van de aarde, klimatologische rampen enzo­voorts. De Betuwe ging overstromen en ojee, wat is daar gepiekerd over het verlie­zen van have en goed, kinderen en geliefden. Het eind van de wereld nadert en het is eigenlijk jouw schuld dat het niet voorkomen wordt, omdat je niet voldoende mee gemediteerd hebt of gedoneerd aan de kassa van deze profeet!

Punt elf is dubbel. Het gaat dan om provocaties. De goeroe daagt je uit. Heb je lef? Durf je risico’s te nemen? Durf je je over te geven? Het is een geweldige ‘energy-booster’ als je haar er af moet, of wanneer je je in wit, rood, oranje of geel moet gaan kleden. En over een kolenvuur lo­pen? Drie weken vasten? Durf jij vier XTC-pillen te slikken of zes glazen whisky omdat de goeroe dat experiment zo interessant acht om door je ego-verdedigingen heen te komen? Rajneesh was altijd buitengewoon geïnteresseerd in de ontwikkeling van nieuwe technieken om je angst en je conditioneringen aan te pakken. Ik heb vaak gezien hoe wonderschoon zulke provocaties konden werken. Maar ik weet ook van mensen die zelfmoord pleegden omdat ze zodanig onder druk gezet werden dat ze geen andere uitweg meer zagen. Punt twaalf doet bij de gemiddeld intelligente persoon de deur dicht. Het gaat om bedreigingen. Uitschelden, slaan en je onder druk zetten kan niettemin soms aparte, positieve effecten geven. Er zijn verlichte lieden (geweest) die een authentieke drift en jaloezie kennen. Het kwaad worden van je leermeester zegt dus nog niks van zijn kwali­teit. Diverse Zen-meesters ranselden hun leerlingen ongenadig af. Het transformeren van je angst voor je goeroe is een grote stap in je leerproces, dat kan ik uit ervaring melden. Het is meestal verbonden met de angst voor een ouder, vaak voor een ouder die losse handen had. Vanuit een verlangen naar liefde, intimiteit en eenheid geeft het kindstuk in de discipel zich over aan de alternatieve vader- of moederfiguur. Vanuit een volwassen stuk zal hij later op intuïtie of gevoel afgaand ook Nee moeten leren zeggen tegen diezelfde aanbeden ouder. En dus tegen zijn goeroe, profeet of therapeut. Dat proces kan heel lang duren. Sommige neppende bemiddelaars tussen God en jou speculeren namelijk heel krachtig op ons schuldgevoel.

VALSE PROFEET
De valse profeet is specialist in sanc­ties, verban­ningen en vervloekingen. Hij of zij kan meestal niet tegen kritiek. Wie door­vraagt over zo iemands persoonlijke seksleven, over zijn of haar geldzucht, manie of fobie, maakt de Meester(es) subiet driftig. De criticus wordt de deur gewezen, soms zelfs met geweld. Als jij terecht wantrouwig bent, hoor je dat je `in je kop’ zit of een ‘mindfuc­ker’ bent. En als je het toch wáágt om de groep te verlaten, dan heb je je ingela­ten met het Kwaad zelf! Of je krijgt een ziekte, een ongeluk of de dood wacht je op! Maar uiteindelijk kan de zoeker door schade en schande wijs geworden criteria opstellen voor zijn idolen. De kern van de hele les ligt in het toepassen van blijmoedige bescheiden­heid, zoals de I Tjing het zo prachtig stelt. In de Joods-Christelijke traditie zijn we beladen met het begrip het uitverko­ren volk, maar ook Bhagwan ‘Osho’ Rajneesh noemde zijn discipelen The Chosen People. Isis uit Glastonbury doet het nog steeds. De ervaring leert helaas dat wie fanatiek uitverkoren wil zijn, doorgaans aan de schandpaal eindigt.

Rosemary Altea, Stemmmen van de overkant (Contact met overledenen). De Boekerij, Amsterdam, 1998. Jasmuheen, Lichtvoeding. Imanuel Publishing, Neerpelt, België. 1998. Barbara Marciniak, Brengers van de dageraad. Petiet, Laren 1997.
Anita van der Meer, De uitverkorenen (Reisverslag van een veranderende we­reld). Terra Magica, Lelystad 1999 (0320-257505).
Phyllis Schlemmer, De uitverkoren planeet. Ankh-Hermes, Deventer 1995.

terug

3. De 81e Tarotkaart (over het gevaar van orakelen en het nut van een extra waarschuwingskaart)
(Artikel in Bres 225, april 2004)
Ben ik wel op de goede spirituele weg? Waar sta ik in de wereld? Het gezonde, realistische verstand komt er niet uit en om de een of andere reden is je intuïtie even geblok­keerd. Tienduizenden pakken er tarotkaarten bij. Een beetje orakelverslaafd? Een 81 waarschuwingskaart is een innovatie om jezelf tegen jezelf in bescherming te nemen. Minstens zeshonderd jaar is de waarzeggerij met kaarten oud. Via onbewuste herkenning van hun symboliek voel je je aangetrokken door juist die kaarten die passen bij het onderwerp waar je hulp in zoekt. Maar de tijd van mysterieuze dames met hoofddoekjes en kristallen bollen in achterafkamertjes, woonwagens of op de kermis is definitief voorbij. De vraagsteller kan tegenwoordig bijna alles zelf. Via internet kun je gratis Tarotleggingen laten doen en die software draait ook op je thuiscomputer. Het kaartorakel is zelfs ontdekt door de damesbladen en de televisie. Er bestaat sinds 1995 een Beroepsvereniging voor Tarotisten en het SUW-Instituut in Nijmegen biedt een tweejarige beroepsopleiding Tarotist aan, die toegang geeft tot professioneel therapeutisch werken met deze techniek. Een mooi Tarotspel is een hoog gewaardeerd verjaardagsgeschenk. Het meest populair is een spel uit 1910 van Arthur Edward Waite van de Engelse uitgeverij Rider. Was een Tarotlegging vijftig jaar geleden al totaal anders dan nu, moderne interpretaties verschillen ook soms hemelsbreed. Gerenommeerde buitenlandse auteurs als Evelin Buerger & Johannes Fiebig, Mary Greer, Hayo Banzhaf, Marcia Masino en Rachel Pollack en vaderlandse schrijvers als Karen Hamaker-Zondag, Renée Maas en Adriaan Krabbendam geven vaak volkomen verschillende verklaringen van bepaalde kaarten. De ene visie is meer gebaseerd op de mythologie, de andere op een bepaalde filosofische of occulte stroming. Heel oud is de Tarot van Marseille (16e eeuw), nog ouder die van Visconti (15e eeuw), nieuw is ‘De Spiegel van de Ziel’ van Gerd Ziegler, die ideeën van Osho Rajneesh knap heeft gekoppeld aan de Tarot van Crowley. Soms bepaalt het enthousiasme van een bepaalde ontwerper ook veel van de uitleg. Dat is bijvoorbeeld het geval met de Alice in Wonderland Tarot. Hele nieuwe toepassingen, zoals de Inner Child-kaarten uit 1992, of zoals de Japanse interpretatie Ukiyoe uit 1983 zijn in korte vrij populair geworden evenals El gran Tarot esoterico van de Spanjaard Luis Peña Longa De Tarot van de overleden Spaanse kunstenaar Salvador Dalí is een kunstzinnig huzarenstuk.

DIEPGANG
Het gaat beslist niet meer om even wat toekomst voorspellen. Een hedendaagse Tarotist(e) zoekt minstens diepgang, zelfonderzoek, zingeving en spiritualiteit. Helderziend hoef je er niet voor te zijn, wel is het handig als je je intuïtie durft te gebruiken en enige levenservaring hebt. Alle genoemde schrijvers onderwijzen diverse legpatronen. Populair is het zogeheten Keltisch Kruis (zie het kader). Ook kun je specifiek een orakel op liefdeszaken, werkperspectief of je blinde vlek vragen (zie het kader). De meeste auteurs volgen helaas de overbekende tradities binnen een spel van 78 kaarten. Gelukkig zijn er nieuwe ontwikkelingen, die de Tarot aanpassen aan onze moderne onzekerheden maar ook aan de verandering in onze levensbeschouwing. Onno en Rob Docters van Leeuwen veranderden in hun boek De Tarot in de herstelde orde uit 2003 niet alleen de traditionele volgorde van de kaarten, ze beschreven bovendien twee extra kaarten in de Grote Arcana, die daarmee tachtig kaarten gaat tellen. Hun Jupiterkaart, oorspronkelijk in de Zwitserse Tarot de Paus of Hiërofant, verwant met het goddelijke, kosmi­sche vaderprin­ci­pe, krijgt de betekenis van univer­sele, objectieve Waar­heid. Hun Juno­kaart, oorspronkelijk in de Zwitserse Tarot de Pausin of Hogepriesteres, het principe van de stoffelijke, gemate­rialiseerde Aarde­godin, is ingevoegd als een aparte kaart voor subjec­tieve Intuïtie. Deze wijsheid omtrent de wenselijkheid van 80 kaarten dateert al van veel eerder. Zo bracht de beruchte Engelse kabba­list en occultist Aleister Crowley in 1944 ook al zo’n uitgebreid spel uit, het Boek van Toth. Naast de ‘gewone’ Magiër, die staat voor wilskracht en visionair handelen, toont Crowley een kaart voor een Witte Magus als archetypisch symbool voor onthechten en Verlichting. Tegelijk beschrijft hij diens tegenhan­ger: de Zwarte Magus. Die representeert de moraalloze Tovenaar, die eveneens verlicht is maar tegelijkertijd het idee van goed en kwaad heeft losgelaten. Deze donkere kaart waarschuwt je onder andere voor verslavingen aan astrale macht, seks, drugs en eigen­liefde, zaken waar Crowley en zijn aan opium verslaafde vriendin Frieda Harris (de tekenares van zijn kaarten) zelf aan onderdoor gingen. Helaas, we zijn nog steeds niet verder dan tachtig kaarten. Numerologisch gezien brengt pas 81, het kwadraat van het eindgetal 9, een spiritueel verantwoorde completering. Ik pleit voor de functie van waarschuwingskaart. Een innovatie. Kan er dan zo veel verkeerd gaan? O ja. NIET VOOR JEZELF< Adriaan Krabbendam stelt in zijn laatste boek onomwonden: “Af te raden is de kaarten voor jezelf te leggen, aangezien het onnodige verwarring en angsten kan oproepen. De second opinion van een gesprekspartner of interpretator is onmisbaar bij het duiden – zelf zul je niets anders zien dan hetgeen je altijd al vreesde of hoopte.” Allemaal waar, maar maak dat de gemiddelde Tarotgebruiker maar eens wijs… Renée Maas waarschuwt ook voor het gebruik van omgekeerde kaarten (waaraan meestal meer negatieve betekenissen worden toegekend). “Dat werkt onverstandig polariserend,”schrijft ze. Het grote voordeel van omgekeerde kaarten is de verfijning van je duiding: je hebt immers met die werkwijze 156 in plaats van 78 interpretatiemogelijkheden. Het nadeel is dat je met een pessimistischer levensinstelling gauwer donkerheid ziet dan de kaarten op zichzelf misschien rechtvaardigen. Het onderwerp kan te veel emotioneel beladen voor je zijn, eigenlijk heb je griep of het is gewoon het verkeerde astrologi­sche uur! Dan gaan duistere krachten regeren, innerlijk of buiten jezelf. Een labiele buurvrouw stond eens trillerig op mijn stoep omdat ze al een uur met alleen maar moeilijke Zwaarden-kaarten in haar hand zat. Wat er in Godsnaam met haar aan de hand was? Ik kon haar ellende gelukkig een beetje relativeren: “Teveel kaarten trekken stapelt meestal vooral je eigen onzekerheden bovenop elkaar, Marian!” Maar ik dacht er ook bij: ‘Je hebt door jouw angstzweet wat psychische lifters aangetrokken of zoiets.’ Dat kan namelijk allemaal. Door schade en schande wijs geworden durf ik wel te stellen dat elke (over)gevoelige Tarotist baat heeft bij een ondubbelzinnig waarschuwingssignaal, vooral als je het type bent dat neigt naar een orakelverslaving!

WAARSCHUWING
Je kunt bijvoorbeeld de verschij­ning van de omgekeerde Dwaas als waarschu­wing beschouwen om op te houden. Schort je psychologische onderzoek voorlopig even op en ga een wande­ling maken! Wie specifieker aan de slag wil, kan de twee witte kaarten gebruiken, die de uitgever in de meeste Tarotkaart­spelen heeft bijgevoegd. Lak de oorspronkelijke opdruk met witte correctielak weg en markeer dan deze eerste extra kaart als WAARHEID met als affirmatie Hier en nu zijn, niet meer bang en authentiek mijzelf. Dat is zoiets als een steuntje in de rug: nu ben ik absoluut op de goede weg. Op de tweede witte kaart kun je INTUïTIE schrijven met als affirmatie Ik luister naar mijn Hoger Zelf of Gids (als je daar in gelooft tenminste). Komt die kaart echter ondersteboven te liggen, dan is dat als een perfecte waarschuwing voor overschaduwing en zelfmisleiding te beschouwen. In een interview vertelde Renée Maas mij: “Het zou een prachtige ontwikkeling zijn als een uitgever een geheel nieuwe, 81ste kaart aan een spel zou willen toevoegen met een nieuwe afbeelding, een nieuw symbool en een nieuwe betekenis.

Voorlopig kan een wantrouwige Tarotist altijd uit een gelijksoortig, ander spel een 81-ste kaart halen die voor hem krachtige waarde heeft. Voor de een is dat de Aas van Staven, een ander vindt wellicht de Magiër het meest toepasselijk. Noteer op die plaats van deze omschrijving met behulp van een cassettestickertje dan het woord WAARSCHUWING. Verschijnt die kaart rechtop, zet dan door op het onderwerp maar met maximale alertheid. Als deze kaart echter omge­keerd verschijnt, leg dan het spel weg. Iets is je dan gewoon te groot.
Elk mens wordt vroeg of laat met zijn of haar beperkingen geconfronteerd. Veel mensen die met magische fenomenen bezig zijn, roepen nadrukkelijk dat ze alleen met witte magie werken. Dat is juist hun onwetendheid. Alle magie brengt je in contact met wit èn zwart. De Tarot laat je beslist ook je schaduwkanten zien. En verder blijft dit het meest fabuleuze instrument voor zelfonderzoek, dat ik ken.   Peter den Haring Kaderteksten.

INDELING VAN DE TAROT
De Tarot kent twee delen. De grote Arcana (het Latijnse woord voor geheimen) van 22 tot 25 kaarten bevat archetypen en basissymbolieken uit de mystiek. De kleine Arcana (waaruit ons gewone kaartspel is ontstaan) kent 56 kaarten, die op basis van de vier alchemistische elementen zijn ingedeeld. Vuur is Staven (Klaveren) geworden (energie, kracht, activiteit en ideeën), aarde zien we terug als Pentagrammen (Ruiten), ook wel Schijven genoemd (geldzaken, materie, nuchterheid, concreet en praktisch handelen , Lucht benoemt de ene auteur (Renée Maas) als Zwaarden, onze Schoppen, (intellect, onderscheid, diplomatie en tact), maar de andere (Adriaan Krabbendam) brengt juist water onder bij Zwaarden. Voor Maas vertegenwoordigen echter Bokalen (Harten)onze gevoelens, introversie, verlangen en ontvankelijkheid en daarmee het element water. De betekenis van deze vier series van 10 zogeheten ‘numerieke’ kaarten is onder andere ontleend aan de Kabbala, de Joodse symbolische getallenleer. Ze worden aangevuld met vier maal vier zogeheten Hofkaarten (Schildknaap, Ridder, Koningin en Koning). Hun betekenis is vooral gebaseerd op gedrag, vermogens en uiterlijk, soms op iemands leeftijd. Een Koning kan de mannelijke kant van een vrouwelijke persoonlijkheid symboliseren –haar animus- en een Koningin de vrouwelijke kanten van een mannelijke persoonlijkheid –zijn anima In De Tarot uitgelegd van Renée Maas worden maar liefst dertig boeiende leggingen toegelicht. Na het schudden en couperen dien je een vooraf bepaald aantal uitgekozen kaarten in een bepaalde figuur te leggen. Leuk als je het boek erbij hebt, maar lastig te onthouden zonder. Makkelijker is om gewoon steeds elke vraag op te schrijven, dan de betreffende kaart om te draaien en het antwoord(de interpretatie van de kaart) achter de vraag te zetten. Zo’n Tarotdagboek blijft uiterst waardevol als je nog eens wilt terugkijken in de tijd. Ik heb mijn vijf favoriete leggingen voor je uitgediept.
De MacCarthy-legging is een praktische vraaglegging om concrete adviezen te krijgen in combinatie met aanraders en afraders. Vraag/kaart 1: Waar gaat het om? Waar sta ik? Wat wil ik wezenlijk bereiken? Vraag/kaart 2: Wat geef ik mezelf voor advies in deze situatie? Vraag/kaart 3: Wat moet ik juist niet doen in deze situatie? Vraag/kaart 4: Mag ik een nadere toelichting op dit advies? Vraag/kaart 5: Mag ik een nadere toelichting op deze afrader? Vraag/kaart 6: Maakt iets het mij moeilijk om dit positieve advies in te nemen? Vraag/kaart 7: Heb ik er blinde vlekken of onbewuste weerstanden op deze afrader? Draai kaart 2 en 3 tegelijk om en onderzoek hun tegenstelling. Doe dat ook bij 4 en 5 en daarna bij 6 en 7. De zogeheten drieslag komt in veel variaties voor. Je moet de kaarten één voor één omdraaien en ook zo duiden.

Legging A: Huidige tendens.Vraag/kaart 1: Wat komt er in de nabije toekomst naar mij toe? Wat is voor mij van belang de komende paar weken? Vraag/kaart 2: Wat maakt dat bij mij wakker? Hoe ga ik daarop qua gevoel reageren? Vraag/kaart 3: Hoe moet ik er op handelen? Wat is er mee te doen?

Legging B: Tijdsinvloed. Vraag/kaart 1: Uit welk proces is mijn huidige situatie of probleem voortgekomen? Vraag/kaart 2: Hoe ziet het een en ander er op dit moment voor mij uit? Vraag/kaart 3: Wat gaat het worden? Hoe zal de toekomst op dit terrein er uit zien? Legging C: Blinde vlek. Vraag/kaart 1: In wat voor proces zit ik met betrekking tot die zaak, probleem of relatie? Vraag/kaart 2: Waar zit mijn blinde vlek? Wat wil ik eigenlijk niet weten? Vraag/kaart 3: Wat moet ik doen om boven mijn weerstand of onbewustheid uit te stijgen? De zogeheten Mens-legging omvat vijf kaarten. Vraag/kaart 1 (het hoofd): Waar ben ik in de geest of qua mentale activiteit mee bezig? Vraag/kaart 2 (de linkerarm): Wat voel ik van binnenuit, vanuit mijn hart al wel, wat de buitenwereld (nog) niet ziet? Vraag/kaart 3 (het linkerbeen): Waar kom ik vandaan? Wat kan ik al loslaten? Vraag/kaart 4 (het rechterbeen): Waar moet ik heen? Wat geef ik mezelf voor advies? Vraag/kaart 5 (de rechterarm): Hoe handel ik in deze situatie? Hoe ben ik hierin actief? Voor een gevarieerde toelichting op je (hele levens-)situatie is het Keltische kruis nog altijd het meest in trek. Vraag/kaart 1: Waar heb ik mee te maken in deze situatie? Waar gaat het om in de kern? Vraag/kaart 2: De hindernis. Waar knelt het? Waar zit de zere plek? Vraag/kaart 3: Wat wil je en/of wat heb je er voor over? Vraag/kaart 4: Waar twijfel ik aan? Waar heb ik al eerder moeite mee gehad? Vraag/kaart 5: Wat zat er in mijn recente verleden dat deze situatie heeft veroorzaakt of tot stand gebracht? Vraag/kaart 6: Wat mag ik voor de komende tijd (3-6 maanden) verwachten? Hoe ontwikkelt dit zich in de toekomst? Vraag/kaart 7: Angsten. Wat vind ik moeilijk? Waar ben ik bang voor? Waar loop ik liever voor weg? Vraag/kaart 8: Hoe denkt de omgeving/de ander er over? Vraag/kaart 9: Hoop. Wat wil ik, wat denk ik te kunnen bereiken? Wat hoop ik in de kern? Vraag/kaart 10: Welk advies heb ik nodig, lettend op de uitkomst van kaart 1,2 en 6? Internet: www.onkruid.nl/orakels/tarot; www.tarotonline.nl;  www.free.tarot-reading.nl; www.tarot.com; www.tarotpage.com

Literatuur: Tarot. David V. Barrett, Uitg. Bosch en Keunig, Baarn 1996.
De Tarot in de herstelde orde. Rob en Onno Docters van Leeuwen. Uitg. Servire, Utrecht 1999.
De Tarot uitgelegd. Renée Maas. Uitg. Kosmos Z&K, Utrecht 2000.
De beeldspraak van de Tarot – een speurtocht in het onmogelijke, Adriaan Krabbendam, Altamira-Becht, Bloemendaal 2003.

terug

4. Tantrische Seks (ervaringen in India met Margo Anand)
Die Goddelijke Gemeenschap en de angst van de man voor de volheid van de vrouw
Mannen en vrouwen verschillen enorm in hun beleving van seks en liefde. Met Tantra Yoga kunnen ze elkaars tekorten aanvullen en platte lust transformeren tot een spirituele dimensie. Zo opgewekte seksuele energie kan gaan circuleren en ook het hart openhouden. De man vindt dat het engst. Tantrische handboeken helpen wel maar in de relatiepraktijk blijft het ploeteren Ze worden ordinaire macho’s genoemd, de jolige bouwvakkers die obsceniteiten roepen naar iedere aantrekkelijke voorbijgangster. De saaie managers die tussen de middag even discreet een privé-huis bezoeken,kunnen hun status van keurig en rationeel manspersoon makkelijker bewaken. Volgens de Franse psychologe Margo Anand Naslednikov (1945), auteur van diverse Tantrische handboeken, is de eerste categorie liefhebbers het meest in contact met de eigen mannelijkheid. Mannen zijn ver afgedwaald van hun oorspronkelijke kwaliteiten en dat doet ook de vrouwen tekort, vindt zij. “Mannen hebben ons iets te geven, het beste van wat ze hebben. In de patriarchale cultuur zijn ze echter vooral van ons gaan nemen.” Helaas, als de vrouw niet erkend wordt in haar basisnatuur van levenbrengende liefde, dan wordt ze de feeks, die haar intuïtie zal gebruiken om de man ongenadig te straffen. Want de vrouw weet de wezenlijk zwakke plekken van de man, terwijl hij alleen maar dènkt dat hij de hare kent. Zo wordt zijn seksleven een last en zijn samenleven een hel. In 1979 nam ik deel aan één van Margo’s Tantra-workshops in de ashram van Bhagwan (Osho) Shree Rajneesh in de Indiase stad Poona.Ik was toen 33. Na die week nodigde ze mij uit in haar appartement ‘to have a cup of tea.’ Wierook, mooie muziek en wijn, ze had aan alles gedacht. Terwijl ze zich langzaam en verleidelijk voor mij ontkleedde, legde ze me uit waarom in die ashram de vrouwen de mannen vroegen. Volgens het biologische, prehistorische archetype zijn mannen zaadverspreiders, die in principe seks met elke vrouw aangaan die maar bereid is. Ze beoordelen op hun ogen en op een paar simpele, mentale normen: ‘Is haar uitstraling lekker en goed voor mijn status, kan ze koken en een vruchtbare, zorgzame moeder zijn?’ Wij vrouwen selecteren vooral op onze intuïtie. Mijn instinctieve teeltkeus valt vooral voor jouw gezondheid en je kracht. In noodgevallen kan jij mij beschermen. Ik kijk naar je elegantie, je ‘présence’. Je bent een goede, inventieve danser. Fijn. Die zijn meestal ook interessanter in bed! Een vrouw let op hoe de energetische aanwezigheid van een man aanvoelt. Ze kijkt ook of jij je leven zakelijk en materieel op de rails hebt. Want dat is een uitstekende aanwijzing voor je betrouwbaarheid en voor je vermogen om alert in het hier en nu te zijn. Als vrouwen het initiatief voor seks nemen, is det energetische verbinding altijd beter. Ik weet wat ik zie en wat ik wil. Als ik jou vraag, ben je gevleid. Je vindt het toch leuker om met een opgewonden vrouw te vrijen, iemand die al een paar dagen zin in jou heeft, dan met iemand die jij hebt moeten paaien met cadeaus en toekomstbeloften? Nietwaar?”
Helemaal waar, dacht ik, terwijl Margo me gulzig begon te zoenen. Technische vaardigheid Technisch gesproken bedreven we daarna vaardig de liefde. Ik hield knap mijn orgasme een keer of vijf tegen en volgde haar nuttige Tantrische aanwijzingen op. “Verplaats je aandacht van je penis naar andere plekken in je lichaam. Voel dan weer het geheel. Laat je niet mee nemen in je egocentrische geilheid, blijf aandacht houden voor mijn bewegingen en mijn ritme!” Dat werkte allemaal schitterend. Meer moeite had ik met haar verlangen om samen diep en gelijktijdig te ademen, want ze rook verschrikkelijk uit haar mond. Vanwege haar hoge status als zelfverzekerde en succesvolle therapeut weerhield mijn onzekerheid me haar dat te vertellen. Ik deed goed mijn best maar hield ook wijselijk mijn hoofd afgewend. Na afloop verweet ze mij een typisch mannelijke afgeslotenheid. “Je durft je gewoon niet over te geven aan mijn hartstocht! Je doet het hele universum tekort! Terwijl wij samen wonderen van seksuele magie zouden kunnen neerzetten.” Het werd dus niks tussen ons. De theorie botste weer eens op de praktijk. Mijn eerste probleem was dat ik zelf niet graag gekwetst wil worden en van de weeromstuit een ander niet durf te kwetsen. Geboren met vier planeten in Weegschaal, dan heb je dat nu eenmaal… Tenminste, totdat je ouder en wijzer wordt of ervoor in therapie gaat. Mijn tweede probleem was dat ze gewoon mijn type niet is, ik niet van haar hield of kon houden. Die ervaring leerde mij dat je, ondanks Tantrische toptechnieken toch niet echt het wonder in kan als er niet minstens een béétje verliefdheid speelt. Voor echte extase moet mijn penis voluit in verbinding met mijn hart staan. In die tijd draaide Margo de boel nog ietwat om met de gedachte dat bewuste aandacht voor de seksuele Kundalini-energie vanzelf het hart zou moeten raken. Margo’s latere boeken zijn zeker een zegen voor de wereld. Liefde alleen is niet genoeg, stelt ze nu. Seks kan een spirituele en goddelijke gemeenschap zijn maar helaas is voor dat proces veel lijfelijke oefening nodig. Je moet bovendien leren om negatieve gedachten te herkennen en los te laten, je geest vredig en geduldig te krijgen. Ontspan je lichaam, leer meer te voelen en meer te vertrouwen. Geef mondeling expressie aan die gevoelens, gebruik je stem en vooral: haal adem! Durf onder te duiken in het spirituele proces van zelfonderzoek. Concentreer je op aanwezigheid, mededogen en helderheid. Maak met je partner een liefdestempel van je slaapkamer en creëer een heilige ruimte rond je seksuele beleving. Dat klinkt goed. En spiritueel. Toch las ik ook in haar boek Tantra, de weg van extase hoe het Margo gelukt was om met haar favoriete vorm van magie tegelijk de materie naar haar hand te zetten. Auto’s, huizen, mooie spullen en verre reizen. Ik moest aan de magische principes van Avatar en Scientology denken. Overvloed creëren in je eigen werkelijkheid. Geneer je niet, haal naar je toe wat goed voor je is en dat is dan goed voor de hele wereld. Echt? Ik geloof niet dat dat iets met spiritualiteit te maken heeft. Die samengevatte oefeningen uit haar bestseller De Magie van Tantra, uitgebracht onder de titel Intimiteit en extase, kunnen elk stel meer genot brengen en helpen om ook het hart open te maken en te houden. Maar dat uitspreken van je gevoelens, durven we dat ook? En kritiek hebben en ruzie maken? Kortom, mag je zijn van je partner wie je werkelijk bent? Dat is steeds de flessenhals in de weerbarstige relatiepraktijk, waar vooral leed ontstaat door een veel voorkomende neiging tot hinderlijke verbeterzucht. Ineens steken de primitiefste reacties de kop op. De mannen gaan je jennen, voeren, onderdrukken of de altijd beter wetende, dominante pappie spelen, de vrouwen gebruiken emotionele chantage en valse pesterijtjes. Ze gaan je straffen met het terughouden van zorg en seks. De bedoelingen beginnen goed en dan worden de knoppen ingedrukt. Je partner lijkt in bepaald gedrag ook op je vader of moeder. Hoe hèb je het zo uit kunnen kiezen?! Waar je als kind niet mee om kon gaan, wordt nu met die partner uitgekristalliseerd. Tot zover speelt er nog een groeizaam proces. Helaas zullen de structurele gedragsverschillen tussen man en vrouw de gewenste communicatie over al die prikkelingen verstoren. Mars en Venus Mannen komen van Mars en vrouwen van Venus,” schreef John Gray al. De man heeft momenten van terugtrekken nodig, de vrouw wil altijd en overal over communiceren en het moet ook meteen diep gaan. Voor hem is de emotionele volheid van de vrouw vaak te veel. Hij zal het al snel drama noemen en zij vindt hem te veel in zijn kop zitten. Eigenlijk wil manlief niet gestoord worden door al haar stemmingen, door haar maalstroom van fantasieën en romantiek. Maar wat zou hij zijn zonder haar? Hoe zou hij zijn eigen vrouwelijke kanten moeten leren kennen? Wat was hij zonder haar intuïtieve feedback? En wat zou zij zijn zonder zijn humor en vooral zonder zijn persoonlijke, herhaalde bevestiging van haar fysieke zelfvertrouwen. Want misschien zit hij teveel in zijn kop, maar zij leeft in haar lichaam. Elk rimpeltje, plooi of puistje kan haar wereld doen instorten. Zij moet mooi zijn en stralen. En ze weet dat ze dat het mooist doet als hij haar toegewijd bemint en bevredigt. In 1990 en 1991 begeleidde ik zelf met een Braziliaanse vrouwelijke psychiater, Zina Voltis, een aantal Tantra-workshops in Rio de Janeiro. De Zuid-Amerikaanse machocultuur is een voorbeeld van archetypische rolverdeling, maar er speelt ook een structurele kloof tussen arm en rijk. In onze groepen viel het verschil tussen de seksen vaak keihard op. We hadden veel niet welgestelde maar wel spirituele vrouwelijke deelnemers en diverse rijke maar volstrekt niet op bewustzijnsverruiming ingestelde mannen. In rondjes ‘Eerlijke antwoorden’ bleek nog weer eens verbijsterend hoezeer er onbewuste of bewuste economische en sociale deals meespeelden in hun relatieleven. “’t Is een mooie vrouw, met wie ik voor de dag kan komen,” zei Joao over zijn echtgenote Sylvie. “Verder val ik voor billen en kookkunst. Ze is de perfecte gastvrouw en zo iemand heb ik nodig voor mijn werk.” Een goed gesprek over de zin van het leven vond hij niet nodig. Daarvoor ging hij liever een paar keer per jaar naar een therapeut… Sylvie was niet minder hardhandig naar Joao: “Hij had al geld toen ik hem ontmoette en ik wist dat zijn type in staat was nog veel meer te verdienen. Ik wou mijn kinderen een rijke, zekerheid biedende vader geven. Wel of geen genot in bed, dat kon mij toen niets schelen. Daarvoor heb ik, net als al mijn vriendinnen later een minnaar gezocht.” Projectie van een negatief ervaren ouder leidt bijna automatisch later tot conflict. Als pa of ma je kwaliteiten en je seksualiteit niet zuiver erkend heeft, of je onvoldoende veiligheid heeft geboden, dan moet je geliefde dat immers allemaal compenseren. Vrouwen ervaren dat ze tekort komen doorgaans heftiger en bewuster dan mannen. Ze vòelen immers hun leegte, pijn en behoeftigheid. Hun lichaam voelt als hol en ze zullen het vol en bol willen maken met zoetigheid, voedsel en desnoods met een kind. Als een vrouw niet krijgt wat ze nodig heeft van een man, kan ze hopeloos verslaafd raken aan compensaties: roken, drinken, snoepen, snacken, opmaken, kleren kopen en babbelen. Mannen vluchten eerder in hun werk, maar kunnen ook onmatig gaan drinken of gokken. Soms gaan ze patsen met geld of worden ze agressief in het verkeer, op het voetbalveld of in het café. Een man moet zich echt oefenen om emotioneel open te blijven en in contact met zijn hart. Dat is een moeilijke weg. Een ervaren minnaar weet dat zijn tepels sterke erogene zones zijn. Als je zo’n prikkeling tenminste toelaat. Want dat beroert ook je hartstreek. Kun je dat aan? Veel mannen hebben liever seks met een vrouw van wie ze niet houden. Zij wordt dan het opvangbekken voor zijn spanning. Hoe zij zich van die lading bevrijdt (meestal via een pijnlijke menstruatie), zal hem een zorg zijn. De meeste mannen in onze groep vonden werk en succes belangrijker dan liefde. Intimiteit stond helemaal niet bovenaan hun verlanglijstje. Wel wilden ze aandacht voor hun lichaam. Eerst een orgasme, dan een massage en dan lekker slapen, dat was het ideaal. Roberto bekende openlijk dat hij de eerste twee zaken moeiteloos bij prostituees kon krijgen en dat hij na zijn scheiding thuis een fijn tweepersoonsbed had, eindelijk voor zich alleen. Bovendien waren de prostituees doorgaans beter in bed dan zijn twee voorgaande echtgenotes. Wat zijn leven boeiend maakte, was het contact met andere mannen. Zakelijke uitdagingen, samen sporten, feedback en tips, dat was daar allemaal ruimschoots in de aanbieding, vond hij. Dat beaamden ook andere mannen. Vincente: “Vrienden geven je opbouwende kritiek, vriendinnen specialiseren zich al snel in afbrekende en manipulerende kritiek. Vrouwen die een beetje gefrustreerd raken, duiken direct in hun zwarte heksenkant. Mannen blijven eerder de humor van een situatie zien. Mijn vriendin Rosie heeft onmiddellijk een waslijst met al mijn vroegere fouten bij de hand. Ze heeft de betreffende data en de plaatsen er precies bij onthouden. Ik kijk liever naar de toekomst. Ik vraag me af wat er op dit moment nog te redden is.” Plannenmakers Die reactie is symptomatisch. De meeste mannen zijn plannenmakers, die graag hun mentale capaciteit onderzoeken. Een man let op perspectief, hij kan de mogelijkheden van situaties visualiseren en is geneigd om problemen efficiënt en redelijk op te lossen. Als dat niet lukt, kan hij makkelijker relativeren en zelfs spotten met het noodlottige gebeuren en zijn eigen onmacht. Vrouwen voelen in en voelen mee. Alles gebeurt eerst in buik en hart. John Gray tipte onomwonden: “Mannen, vrouwen willen alleen dat je naar hen luistert!” Ze willen hun probleem niet opgelost zien, ze willen echte aandacht. “Precies. Als Sylvie geen aandacht krijgt, gaat ze problemen creëren,” riep Joao geïrriteerd. “Jij schijt in je broek als je maar even de controle dreigt te verliezen,” antwoordde Sylvie minachtend. “Jij bent bang voor mijn diepe verlangens. Maar in feite ben je er jaloers op. Kon jij je maar eens overgeven! Kon jij maar eens in je hele wezen ontspannen. Dan zou je ook in iets van goddelijkheid in het universum gaan geloven. En omdat je daar bang voor bent, ga jij ieder vrij moment naar het voetballen op tv kijken of je gaat achter je computer een spelletje zitten spelen. De meeste mannen zijn toch kinderen? En ze willen het blijven ook!”
Een even felle Joao: “Nee, jij probeert mij klein te maken. Dat deed mijn moeder ook al!” Deze verwijten zullen veel mensen herkennen. De kern is dat de man evenwichtig van zijn moederbinding af moet en van kind man worden. Hij heeft lang geankerd op de aardsheid van zijn moeder en als jong-volwassene moet hij zijn eigen gronding neerzetten. Zijn mentale gerichtheid maakt dat hij moeite moet doen om werkelijk bewust in zijn lichaam te komen. Een natuurlijke oplossing is die van beweging en gevaar zoeken. De man ging in de oudheid op jacht of de oorlog in. Nu gaat hij joggen, sporten of een krijgskunst beoefenen. Ook seks valt onder de pogingen om beter in zijn lijf te komen. Ondertussen masturbeert hij op allerlei sappige fantasieën (film- of pornosterren scoren hoog) maar zelden op werkelijk beleefde zaken of op een reële partner. Een echte liefdesverbinding maken valt hem niet mee. Meestal lift hij goedkoop mee op de sterke gevoelens die zijn verliefde partner voor hem heeft. Dan kan goed gaan, maar als haar verlangen hem te bindend wordt, wil hij onmiddellijk de ruimte weer in. Vrijheid! Vrijheid! Want dat is het oeroude jagersinstinct. De buitenlucht heeft hij nodig. En het idee van andere vrouwtjes. Mannen zijn zaadverspreiders, legde Margo Anand al uit. Ze willen hun genen in een zo’n groot mogelijk gebied uitzetten. Mannen schijnen altijd te moeten,” zei een boze Rosie tegen de groep. “Zonder orgasme hebben ze geen zelfrespect.” Ik denk dat er een misverstand aan die visie ten grondslag ligt. Mannen zoeken achter en door middel van seks de liefde waar vrouwen patent op lijken te hebben. Wellust Onze cultuur legt veel nadruk op de mannelijke wellust, die egocentrisch wordt genoemd. Een man raakt gemakkelijk opgewonden van de vrouwelijke buitenkant, van haar uitstraling. Hij wil dichtbij komen, haar (tijdelijk) bezitten. Allemaal waar. Een rol speelt ook dat hij via de erkenning van een vrouw feitelijk erkenning van zijn moeder zoekt. Hij wil dat mammie van hem houdt en hem tegelijkertijd vrij laat, los laat. Hoe moeizamer de relatie met zijn moeder was, hoe krampachtiger hij inderdaad zal zoeken naar vervangende vrouwelijke goedkeuring. Vanuit die onderliggende emotie zal een man vaak seks willen. Vincente: “Ik zoek met seks ook ontlading van mijn spanning. Werkstress maar ook stress met Rosie. Ik zoek zo openingen als ik met praten niets bereik. Dat is allemaal waar. Ik moet weer even voelen waarom ik van haar houd. Dat gebeurt altijd als ze zich voor mij opent. Dan wordt ze intens hartstochtelijk, ze kronkelt, zweet, schreeuwt en scheldt en ze komt een paar keer klaar. Dat fascineert me en ik ben er ook jaloers op. Ik geloof niet dat ik dat ooit zal meemaken, zo’n langdurige stroom van genot. Rosie verwijt mij dat ik een beetje onderkoeld in bed ben, maar ze vergeet dat ik terecht bang ben om te snel klaar te komen.” Tantraworkshops vereisen veel eerlijkheid. Het gaat niet alleen om verbetering van de techniek maar ook om hoe je voor je echte behoeften uitkomt. In hun teleurgesteldheid kunnen vrouwen de vreselijkste dreigementen uiten. Roy: “Mijn ex kon twee keer per week roepen dat ik blij moest zijn dat ze niet met de mooie Griek uit het restaurant naar bed was gegaan of met mijn golfmaat of met de krantenjongen. Misschien niet gemeend, maar ik kon de competitie met heel mannelijk Rio de Janeiro niet meer aan.” Omgekeerd zijn vrouwen al snel dodelijk gekwetst als hun partner wordt betrapt op contacten met jongere en mooiere dames. Lourdes: “Hij hoeft mij niet te vertellen wat zij heeft dat ik niet heb. Ik houd van hem, zij niet. Maar hij vergeet direct ons hartscontact als zo’n snol met hem flirt.” Niet iedereen heeft tactisch talent. Met dwingende vingergebaren legde Inez bijvoorbeeld uit wat ze verwachtte van haar partner Victor: “Een goede minnaar is dienstbaar aan mijn behoeften. Ik wil dat hij lieve dingen zegt. Ik wil horen dat ik de enige voor hem ben. De lekkerste. En ik wil zijn tijd. Als ik wil, dan moet ik niet hoeven bedelen om een kwartiertje langer. Ik geef hem mijn totale liefde en ik wil alle mogelijke genot terug.” Ondanks zijn gêne over haar demonstratieve eisen bleek Victor, en met hem de gemiddelde man, het belangrijker te vinden dat zijn partner klaarkomt dan dat hij zelf zoveel genot ervaart. Er is een diepere biologische oorzaak van dit fenomeen. Tijdens het vrouwelijke orgasme trekken vagina en baarmoeder ritmisch samen. Die krampjes pompen zaad hoog de baarmoeder in, waar de kans op bevruchting het grootst is. De man krijgt dus het psychische signaal dat hij goed genoeg is bevonden als vader van haar kind. Dat compliment vindt hij belangrijker dan zijn genot. Ze houdt van mij, denkt hij en dat is op dat moment waarschijnlijk ook zo. Vervuld worden De vrouwelijke kant van het liefdesspel wordt gekenmerkt door het feit dat haar hart zich samen met haar vagina opent. Zij wil vervuld worden en hij vult haar op. In de beweging die hij aanbiedt, gaat haar hart sneller kloppen en straalt ze licht en acceptatie uit. Hij is welkom. Haar ontvankelijkheid ontspant haar en geeft hem ruimte voor zelfliefde, zelfrespect en via die route ook voor liefde naar haar. Zij is in het algemeen romantischer dan hij, geeft zichzelf eerder aan hem weg dan omgekeerd. Haar verbeeldingskracht kan op hol slaan. Even is hij De Prins Op Het Witte Paard, haar favoriete filmster en daar kan veel over gefantaseerd worden. Vrouwen kunnen lang illusies koesteren. “Hij zal wel a) zachter worden als ik een kind van hem heb, b) stoppen met drinken als ik genoeg van hem houd c) trouwer worden als we eenmaal getrouwd zijn enz. Hoe hoger je vliegt, hoe dieper je valt, geldt ook hier. Vrouwen vinden het doorgaans pijnlijker als ze met de realiteit van een slechte relatie worden geconfronteerd. De man ontsnapt, hij gaat weer plezier van zijn vrijheid krijgen, de vrouw is haar anker kwijt en lijdt onder haar verlies. Margo Anand schrijft dat het gaat om liefde, toewijding, geduld en overgave. Met Tantra Yoga kunnen mannen en vrouwen inderdaad elkaars tekorten aanvullen en platte lust transformeren tot een spirituele dimensie. Zo opgewekte seksuele energie kan gaan circuleren en ook het hart openhouden. Heb je eigen lichaam lief en aanbidt het lichaam van je geliefde alsof het een tempel is. Aanbidt de ziel daarin alsof het God is. Prachtige theorie maar in het dagelijkse relateren kan ondertussen cellulitis, herpes of uit je mond ruiken pijnlijke afstand scheppen..In beginnende relaties moet het stel zoveel praktische obstakels overwinnen, dat er nauwelijks ruimte voor sensuele en seksuele oefeningen kan worden gemaakt. Hoe is het als je al heel lang weinig of geen seks meer hebt, als je partner bijvoorbeeld ziek, gehandicapt of anderszins kwetsbaar is? Of als de zwangerschap moeilijk is? Als de moeder erg gefocust is op haar baby? Of als je door een kind in je gezin je eigen onverwerkte jeugdtrauma’s te verwerken krijgt? Margo heeft geen kinderen en altijd beeldschone minnaars. De tandarts heeft inmiddels vast veel goeds gedaan. Spirituele groei vindt plaats als we leren om in de seksuele omarming onze innerlijke pijn van afgescheidenheid los te laten en te transformeren. Toelaten dat je de moeite waard bent voor een ander. Toelaten dat een ander van jou geniet. Genieten van het genot van de ander. Dat is een lichamelijk en geestelijk proces. Tegelijkertijd moet je diep beseffen dat je nooit elkaars bezit kunt zijn. Dat je nergens rechten aan kunt ontlenen. Dat geen belofte ooit zekerheid biedt. Dat je in wezen op aarde komt om je schaduwkanten uit te zuiveren en je talenten te optimaliseren. Tantra kan je doen beseffen dat de ander een schitterende spiegel biedt. Daar houdt het op. Je bent alleen verantwoordelijk voor je eigen opdracht of zo je wilt: voor je eigen karma. Ik geloof dat er weinig terecht komt van spiritualiteit als je verdrongen kinderpijn groot is en je alsmaar ouderrollen op je partner projecteert.. Liefde en een boek met Tantrische techniek is niet genoeg. We hebben uitgewerkte en beproefde gebruiksaanwijzingen nodig, relatietherapie en boven alles relatie-veringsvermogen. Lachen om je eigen geploeter. Want in humor boven jezelf uitstijgen, dat verbindt je werkelijk met God.

Literatuur:
Margo Anand Naslednikov, De extase van het nu, 1987; Tantra, een weg naar intimiteit en extase 1997;
De Magie van Tantra, 1998; Intimiteit en extase, 2001. Uitgeverij Altamira-Becht-Gottmer, Haarlem.
Margo Anand is te bereiken op de websites www.skydancingtantra.com en www.tantra.com

terug

5. Het louterende Manicheïsche Christendom
Het kwaad wekt het goede op en daarna bevrijdt het goede het kwade” Uitspraak van Mani
(artikel in Bres 2000)
Het hondje werd Pipo genoemd, een klein reutje van een week of tien. Het at met zijn zusje Ana uit de zelfde bak. Meestal kregen ze van hun Indiase eigenaar niet meer dan wat oude pannenkoekjes, chapati’s met wat melk of water. Soms probeerden de ondervoede hondjes nog wat drinken te schooien bij hun moeder, een ook al ondervoede, witte teef. Ze was er niet van gediend en grauwde hen weg. Van de honger gromden de twee hondjes dus vaak dreigend tegen elkaar boven die gezamenlijke etensbak. De vader van Pipo en Ana lag onder een afdak al anderhalve week doodziek te zijn, zonder veel medelijden van zijn baas te ondervinden. Het schouwspel speelde zich begin januari 1990 af op een afgelegen landgoed in de buurt van het Indiase Khajuraho, het stadje met de beroemde Tantrische beeldentempels. De veertien deelnemers aan onze spirituele retraite keken het puppyleed met gemengde gevoelens aan. Op een dag was het ineens bijten en heftig vechten geblazen. De vrouw die onze reis georganiseerd had, was het meest stellig over de oorzaak: “Het is de schuld van de universeel overheersende, agressieve mannelijke energie. Dat hondje, die Pipo is symbool voor de sfeer die er in onze groep heerst. Veel te mannelijk, te grof. Ego-verstand dat er uit moet zweren.” Hanna Boeschenstein scherpte haar visie nog eens aan: “Het superieure mannelijke moet zijn plaats gewezen worden. Die grote reu sterft binnen een paar dagen en dat zal ook een teken voor jullie zijn.”
Oef. Hanna werkte wel erg veel met tekenen. ’s Avonds moesten we in een kring gaan liggen met onze hoofden in het midden en dan kijken naar en mediteren op de Pleiaden sterrengroep, want daar hadden we volgens onze groepsleidster alle mogelijke zielenheil van te verwachten. Hanna zelf werd soms overschaduwd door een duistere energie die zij als de godin Kali benoemde. We moesten haar ook plotseling met een nieuwe naam aanspreken: Kalihatti. Er moest veel in dat kamp. Erg veel. En het werd een steeds serieuzer moeten. Wie niet in de spirituele pas liep, kreeg na een paar weken straf. Bijvoorbeeld minder te eten, tot er alleen een dieet van wortelen en bananen overbleef. En je moest voortaan buiten eten, niet meer binnen bij de anderen. De volgende fase was dan niet meer binnen in het huis slapen maar buiten bij de rivieroever. Wie wankelmoedig of devoot zijn of haar discipelschap bevestigde aan Hanna kreeg voorrechten. De mannen mochten (moesten) haar minnaar worden, de vrouwen kregen haar krachtige, liefdevolle, moederlijke aandacht. Met mijn eveneens gestrafte lotgenoten maakte ik grapjes over dit moderne New Age concentratiekamp. Toen hadden we de grootste narigheid nog niet eens meegemaakt. Tja, hoe was het mogelijk dat redelijk normale, redelijk verstandige mensen verzeild konden raken in zo’n situatie? Eigenlijk was ons toch een spirituele, culturele vakantie voorgespiegeld? Met therapeutische ingangen, ja dat had ze wel aangekondigd. Een intensief drie maanden durend groeiproces. Wel ja. Maar dat we onze tickets, paspoorten en geld moesten inleveren bij aankomst, dat was even wennen. Voor de veiligheid, zei mevrouw Boeschenstein; in het Indiase achterland kon je maar nooit weten… Toen onze eigendommen in de stalen kast waren weggesloten, werd het spel ineens heel anders gespeeld. Ergens begrepen we de hele opzet van deze geestelijke en fysieke beproevingen best. Het ging immers om het loslaten van ons ego? En natuurlijk moesten we leren onthechten, daar ging het vooral om. Het spel werd ernst toen Kalihatti een definitieve beslissing nam omtrent de vechtende hondjes: Pipo moest worden afgemaakt. Het kleine teefje, Ana mocht blijven, dat was alleen maar lief en slachtoffer, volgens onze groepsleidster tenminste. Er was mij juist een tegenovergestelde rolverdeling opgevallen, maar mijn opmerkingen pasten niet in het plan. En bovendien, ik was al praktisch uit het kamp verbannen omdat ik te weinig coöperatief was bij het afbreken van mijn ego.  CHARISMA Hanna Kalihatti Boeschenstein (1944) is beslist een superintelligente, charismatische vrouw. Vast ook mediamiek en vast ook iemand met een krachtig psychologisch inzicht. Eerdere ontmoetingen met haar in Nederland hadden me geïnspireerd. Ze is scherp, vol humor en goed thuis in de esotherische wereld. Ze was al jaren discipel van Bhagwan Shree Rajneesh, de meeste van haar leerlingen ook. Haar grootste wens was om ooit met haar leraar in een magisch huwelijk te treden, hoewel de betrokkene had aangegeven niet meteen van het idee gecharmeerd te zijn. Het zal wel toeval geweest zijn, dat een dag na de door haar voorspelde dood van de oude reu ook Rajneesh stierf, in zijn ashram in Poona, op 19 januari 1990. Kalihatti werkte met het overschrijden van grenzen en dat was toevallig ook net mijn hobby. Tot aan de dag dat Pipo moest worden doodgemaakt in een gezamenlijk ritueel, had ik ook wel vertrouwen in haar therapeutische aanpak. Ze kon adembenemend briljant zijn, nogal wat minder als ze veel gedronken had. En dat deed ze elke dag, minimaal een fles wijn, maximaal een fles wodka. “Om de agressie in de wereld om mij heen niet zo smartelijk te voelen,” zei ze als excuus. Drank had voor haar in elk geval veel boeiende kanten. Dus moest ik op een avond in de groep dronken gevoerd worden om anderen de gelegenheid te geven om gaten te schieten in mijn krachtige egoverdediging, zoals Kalihatti mijn gedrag geanalyseerd had. Helaas, de ongewone ervaring (ik drink nooit) bracht mij vooral een lachkick. Ik verkeerde in de benevelde veronderstelling dat al hun kritiek één grote, ludieke grappenmakerij was en ik deed daar gewoon mijn vertrouwde extra dosis zelfspot over heen. Dat werkte dus niet, vond Kalihatti. Er moest een zwaarder middel aan te pas komen. Het werd een overdosis XTC, twee avonden later. Drie pilletjes moest ik slikken en na een kwartier nog onverhoeds en ongevraagd een vierde. Toen ik eenmaal weerloos was in de immense gevoelsgolf die me overspoelde, brak de hel los. Aangemoedigd door Kalihatti moest iedere deelnemer mij confronteren met wat men maar aan lelijks in mij zag. Dit projectie-bombardement kon aanvankelijk diep binnenkomen, totdat de beschuldigingen te erg werden en ook niet meer redelijk. Er werden te pas en te onpas vorige levens bij gehaald. Ik was een duivelse pervert geweest, een gek en een sluwe moordenaar uit de Italiaanse Medici-familie, enzovoorts. Plotsklaps belandde ik op de bodem van de put die de groepswaanzin voor me gegraven had. Ik kreeg een spiegel in mijn handen gedrukt. “Kijk, naar je demonische kop, Dreckhund,” schreeuwde Kalihatti mij toe in haar geboortetaal, Schweitzer-Deutsch. De spiegel toonde mij echter geen duivel, geen kwaadwillige, alleen een kwetsbare, gekwetste man. De XTC bleek van een rampzalige invloed tot een louterende te transformeren. De MDMA-component die het hart opent, kon weer stromen. Ik nam niets meer persoonlijk, ik zag de verblinding om me heen. Kalihatti schold me met een vertrokken gezicht uit: haar mannenhaat, haar ambitie, haar eigen ontkend zijn groefde diepe lijnen in het door drank opgezwollen gelaat. Ze gilde het uit: “Er is maar één oplossing voor jou. Je gaat dadelijk naar buiten en het bos in. Doe het enige eervolle dat er nog voor je bestaat: beroof je demonische geest van dit voertuig, dood je zelf… Wij zullen je lichaam hier verbranden en in Nederland voor je vriendin en jullie kind zorgen. Jij mag hen nooit meer onder ogen komen!” Ik werd naar buiten geduwd, de nacht in. Doelloos en in de war liep ik uren rond, de speed in de XTC hield me aan de gang. Tegen zonsopgang was het middel uitgewerkt, ik vond steeds meer delen van mezelf terug. Mijn ziel was in elk geval ongeschonden. De groep was in stilte blij dat ik mezelf niets had aangedaan maar behalve dat er wat verbijstering over Kalihatti’s vergaande brainwash-techniek voelbaar was, protesteerde niemand tegen de ontwikkeling. Ze lieten het proces maar de eigen gang gaan. Het krankzinnige leek al allemaal zo normaal geworden. HONDJE OFFEREN En toen kwam de laatste dag van Pipo. Er was een geweer, maar de eigenaar van het hondje wilde geen dure munitie verspillen. Als de Westerse mevrouw die zijn onderkomen voor drie maanden gehuurd had, aanstoot nam aan dat hondje, wou hij het eventueel wel dood trappen. “Nee,” zei Kalihatti. “Het is energetisch onze schuld. Wij moeten er verantwoording voor nemen.” Ik zei dat ik het een extreme oplossing vond. Waarom kon het hondje niet naar het dorp en met een paar honderd roepies erbij onderdak gebracht bij een hondenliefhebber? Kalihatti keek me aan of ze mij ter plekke ook wilde afmaken. Haar mond vertrok: of we goed gehoord hadden, wat ze had gezegd? Er werd schaapachtig geknikt. Tot negentig jaar geleden werden er in India mensenoffers gebracht aan de godin Kali. Nog steeds worden er geiten, schapen en gevogelte met astrale bedelboodschappen voor die wraakzuchtige godin naar de andere kant van het leven gestuurd. Nu was de ongelukkige, hongerige Pipo aan de beurt. Dood trappen vond de groep toch weer te erg en Robert, als Kalihatti’s minnaar en belangrijkste discipel, koos voor verdrinken in de rivier. Iedereen stond er bij en keek er naar. We zongen, Zwitserse liedjes en heilige mantra’s, en we waren collectief goed gek gemaakt. Pipo deed onder water wel zes minuten over zijn doodstrijd. Ik dacht nog dat er misschien ook hondenkarma bestond. Of was de pup gewoon op de foute plek in de foute tijd geboren? Of was hij een offer om mij tot inzicht te brengen dat er echt grenzen zijn? Er werd hard gezongen en Kalihatti, op een hoger heuveltje opgesteld, knikte tevreden. Dat zou die egotrippers in haar groep wel mores leren, kon je haar zien denken. Zo werd de SS getraind, dacht ik later. Zo ontstaan de uitwassen in Ruanda en Joegoslavië. Stap voor stap verder wegzinken in zo’n moraalloos, liefdeloos soort leven onthecht namelijk wel heel doelmatig. Dat ervaarde ik ook. Een uur later schreeuwde ik tegen Robert, die vreselijk gedeprimeerd was: “Hee lul, het was maar een rottig hondje!” en we klaarden samen op. “Het is gelukkig geen kind geweest,” zei ik. Nee, gelukkig. Maar ik wist al wel zeker dat ik een vluchttasje moest gaan klaarmaken. Wat mij in mijn besluit ondersteunde, was de zoveelste extreme therapeutische techniek. Robert Zimmerman vroeg ons de volgende dag om mee te werken aan een pijnritueel. Iedereen zou hem onder het toeziend oog van Kalihatti op zijn ontblote achterwerk moeten slaan, want hij wou “dichter bij zijn gevoel komen.” “Als hij er nu zelf om vraagt?” zei iemand, toen Antar en ik aarzelden of we wel moesten meewerken aan deze masochistische perversie. Robert vroeg het me nadrukkelijk persoonlijk. En daarna fluisterde hij me toe dat Kalihatti die techniek ook had aanbevolen voor mij. “Hoe groter je ego hoe harder haar brekende kracht zal moeten zijn,” legde hij namens zijn strenge meesteres uit. Goed, Antar en ik deden mee. Na afloop van het rondje van dertien hardhandige deelnemers zagen Roberts onderrug, billen en bovendijen zo zwart als de nacht. Hysterisch huilend lag hij aan Kalihatti’s voeten. Was dat tegelijkertijd zijn onbewuste boetedoening voor het verzuipen van Pipo? Zijn meesteres ontdekte waarschijnlijk mijn meewarige blik over de gebogen hoofden van de andere deelnemers heen. Ineens priemde haar dikke vinger in mijn richting: “Du bist der Nächste! Scheissdreck!” De volgende! VLUCHTEN Ik kon weg, de anderen niet. In een noodzakje in mijn broek bewaarde ik namelijk een onontdekt gebleven reisbudget. Die nacht ging ik er vandoor. Met een bonkend hart vol schuldgevoel, twijfel en angst maar ik vluchtte weg, door het door de volle maan verlichte bos tot ik op de grote weg een exotisch beschilderde truck kon aanhouden. Een bus bracht me later naar Jabalpur en daar nam ik de trein naar Poona, waar ik vrienden wist, die me verder zouden helpen. Kalihatti bleek per brief furieus over mijn desertie. Ze eiste mijn terugkomst: ik had toch een overeenkomst getekend? Mijn paspoort en ticket moest ik maar komen halen! Door een werkelijk wonder kreeg ik echter zes weken later toch de rest van mijn achtergelaten bagage en mijn documenten terug. Dat bizarre verhaal hoeft hier niet verteld te worden. “Wat heeft jouw krankzinnige experiment nou allemaal voor zin gehad?” vroeg me een verbijsterde vriend. Later, toen ik niet meer zo labiel was, viel er veel in de puzzel van kwaad en goed op z’n plek. Ik moest vaak aan het Yin Yang symbool denken. De kern van het zwarte is wit. En tja, de kern van het witte is zwart. Waar hebben we het meeste moeite mee? Ik heb ontzettend veel geleerd in dat spirituele concentratiekamp. Was hier dus het Goede aan het werk in de vermomming van het Kwade? Of omgekeerd? Ik was absurd naïef geweest, zo’n schoolvoorbeeld van de onschuldige, goedgelovige New Age adept, die graag in het goede wil geloven. Achteraf ervaarde ik het gebeuren als een inwijding in de schaduw. Ik besefte dat wie met het Witte, met het Goede wil verkeren, aandacht zal moeten besteden aan zijn karmische metgezel, het Zwarte, het Kwade. Sommige wetenschappers zien onze wereld als een zinloos strijdtoneel van naar eeuwig leven strevende genen, waarin de sterksten het langste door leven. Zelfs als daar toevallig bewustwordingprocessen door ontstaan, is dat in deze visie uiteindelijk zonder wezenlijke waarde. Dit wetenschappelijke nihilisme komt vreemd dichtbij de Boeddhistische kijk op het Niets, het Nirwana, met dien verstande dat deze Leegheid, los van Kwaad en Goed, een soort gelukzaligheid met zich zou moeten meebrengen. Ondanks mijn jarenlange meditatieve oefeningen heeft dat zinverloren, onthechte pad me niet kunnen bekoren, hoewel ik me realiseer dat veel anderen in die technieken van verstild, puur gadeslaan een noodzakelijke, positieve rust kunnen ervaren. Voor mij was er binnen die meditatie echter geen plaats te vinden voor de sterke gevoelens van dankbaarheid die me overvielen als de schoonheid van het aardse leven tot mijn bewustzijn doordrong. Natuur, mensen, liefde, sex, eten, muziek, de extase van de tegenstellingen… In dàt filosofische plaatje passen de mensonterende ervaringen bij Hanna Boeschenstein in Khajuraho weer wel. Juist die gebeurtenissen brachten me tot het besef dat het Kwade uitsluitend de bedoeling heeft om het verontreinigde Goede uit te zuiveren. De Goddelijke liefde wordt pas in de verbinding met de materie van de Aarde getransformeerd van engelachtig abstract en woordeloos tot bewuste, concrete Levensvreugde. Uit dankbaarheid zal daarna het Goede helpen om het Kwade een weg te bieden uit de verkramping van ego en verblinding. In dat licht bezien is het ook heel stom om onze misdadigers te isoleren, want hoe moet het Goede dan ooit getest worden? Hallo, Hanna Boeschenstein en Ronald Zimmerman, ik hoor dat jullie nog steeds ergens in de wereld therapiegroepen begeleiden. Het ga jullie goed.

ROLAND VAN VLIET
Ik moest aan dat vreemde tweetal denken toen ik de dichterlijke Haagse filosoof Roland van Vliet een lezing hoorde geven over het Manicheïsme, de vroegchristelijke stroming die als zijnde ketters zorgvuldig is uitgeroeid. In de afgelopen decennia zijn er, vooral in Egypte, gelukkig geschriften gevonden en ontcijferd die een licht werpen op de bevlogen missie van Mani, een in Zuid-Babylonië opgegroeide Pers die leefde van 216-276 na Christus. Toen zijn inzichten steeds meer botsten met zijn Joods-christelijke milieu, vertrok hij weer oostwaarts totdat hij aan het hof van de Perzische koning gastvrijheid kreeg aangeboden en steun bij zijn missie. Mani was een bevlogen kunstenaar en, net als zijn aanhanger Van Vliet, een dramatisch-poëtisch en lyrisch redenaar. Hij kon een wereldreligie van Arabië tot Siberië stichten omdat hij de eenheid van de bestaande religies benadrukte. Het Perzische Zonnewezen Ahoera Mazda, de Hindoeïstische Vishnoe, Boeddha en de Joodse Jezus zijn daarin allemaal manifestaties van dezelfde troostbrengende Lichtboodschapper, de bovenzinnelijke Christus. Mani kreeg makkelijk vertrouwen omdat binnen zijn gnostische denken ook het concept van reïncarnatie thuis hoorde èn omdat hij zijn aanhangers voorhield om nooit iets aan te nemen op autoriteit van anderen maar uitsluitend af te gaan op de eigen, beproefde ervaring. Die opvatting stond lijnrecht tegenover de structurerende, beperkende en belerende opvattingen van kerkvaders als Augustinus, die het Christelijke godsdienstbeeld domineerde aan het begin van de vijfde eeuw na Christus (en eigenlijk nog steeds). Volgens hem werd de ziel ten tijde van de geboorte door God geschapen. Daarna kon die ziel slechts een plek in de eeuwigheid verdienen als er keihard gewerkt werd volgens de morele religieuze principes die de kerk voor hem had opgesteld. Satan was de vijand, die de slappe mens verleidt tot een verkeerde wilsgerichtheid. De ware Christen werd opgezadeld met een verbitterd afscheidingsdenken, waarbij ook het lichamelijke als een instrument van het Kwade werd afgezworen en verketterd. Zo ging ook de Westerse wereld een zwarte periode van levensontkenning in. Na de Reformatie van Luther in de 16de eeuw bleek onze erfzondige ziel helemaal weinig kans op succes meer te hebben, omdat zijn bestemming (uitverkoren of niet) middels de predestinatiewetten -waar Augustinus al over sprak- grotendeels vast scheen te liggen. De vroege kerkvaders benoemden het kwaad als de afwezigheid van het Goede en daarmee werd het Goede de afwezigheid van de Kwade. Zo schiepen ze op hun concilies een statisch paradijsbeeld waarin de leeuw doelloos, grasetend naast het lam ligt en waar het Uitverkoren Volk eeuwig gelukkig is. Opnieuw een beeld dat sterke verwantschap heeft met het Nirwana-plaatje. Moet zo’n voorspelbare, dodelijke saaiheid niet verstarren? Kwaad is er niet meer, nee, maar is dat nog leven? Augustinus bestreed de Manichese ruimere opvattingen hardhandig, vooral waar Mani het oerprincipe van het donker zag als de verzelfstandigde schaduw van het Ene Licht. Augustinus probeerde juist God te ontlasten van elke verantwoordelijkheid van het kwaad; de mèns veroorzaakte alle kwaad. Mani vond slechts dat de mens zijn vrije wil moest benutten om liefdevol onderscheid te leren maken. Doordat hij hiervoor lankmoedig zelfonderzoek centraal stelde, is hij als een trendsetter voor moderne zoekers te beschouwen en niet alleen daarom. De God van Augustinus is een zelfgenoegzaam opperwezen dat de mens noch diens aanbidding werkelijk nodig heeft en gebodsovertredingen streng zal bestraffen. De God van Mani echter leert zichzelf in een nooit te voltooien schepping kennen via zijn groeigerichte gevoelsverkenner, de mens. De mens is Goddelijk en God geniet van hem; God heeft de mens nodig in Zijn verlangen om Zijn veelvoudige liefde optimaal en immens genuanceerd te ontvouwen. EéN SCHEPPING.

De Manicheërs stelden God gelijk aan en Eén met Zijn schepping en gelijktijdig er ook buiten. Door middel van de ontwikkeling van het menselijk bewustzijn ontvouwt God zich. De mens wordt zo de belichaming van de heilige Geest. Vanuit de voor-christelijke belevingswereld kon men zich eenvoudig voorstellen dat het Zonnewezen zich met de Aarde wilde verbinden om deze te transmuteren. Troostbrengende profeten lieten het Goddelijke als het ware ‘inlevend inwonen’ in hun wezen, waardoor ze vernieuwing in het denken van hun omgeving konden brengen. De Boddhisattva kon zo uit eigen Aardse ervaring spreken en verbonden blijven met de problematiek van de gewone stervelingen bij hun moeizaam onderscheid maken tussen Goed en Kwaad. Mani reikte veel verder terug in onze wordingsgeschiedenis dan Genesis. Hij beschreef het voorwereldlijke Grote Begin als een eon van Eenheid, God als de Vader der Liefde. Allerlei wezens komen uit hem voort en aanbidden hem. Een volgende eon wordt ingeluid als God, zoals Rudolf Steiner het zegt: “het offer van een aantal Tronen niet langer meer wil aannemen.” Misschien is het duidelijker als je je voorstelt dat God een aantal engelen vroeg om op te houden met hem te aanbidden. Toegewijd als ze waren brachten deze hoge wezens dat offer zonder de bedoeling ervan echter te begrijpen. Stel je voor hoe die lichtwezens moesten stoppen met hun proces van circulerende opnemende voeding en uitgaande dankbaarheid. Je ziet een beeld ontstaan van naar binnen keren, ze raken in zichzelf besloten. Ze verharden, verzwaren, nemen vaste vorm aan. Ze doen zo materie ontstaan. De gaswolk wordt een planeet. In het licht van de schepping wordt een duistere vorm zichtbaar, de Aarde. Mani beschrijft dan hoe, ver voor Genesis, Ahriman, de Satan vanuit de duistere aarde, de lichtwereld aanvalt. ONTSTAAN VAN DE MAAN Ik moest ineens denken aan speculaties over het ontstaan van de maan. Een aanval van Satan? Was dat wel een kwade bedoeling? Ik stel me juist voor dat vanuit een diep verlangen om terug te keren naar de lichte oorsprong een deel van de aarde zich afscheidde. Een groot brok wervelde naar de zon, maar bereikte hem niet en viel terug in een baan om de aarde. Is zo bezien de maan aan onze hemel niet anders dan teken van verlangen? En ook een voortdurend en troostend teken van groei en afname; een mystiek symbool van de reflectie van licht via een donker oppervlak? Mani stelt alleen dat het goddelijke Licht op deze ‘aanval’ van het duister reageerde met het zenden van een tegenkracht. In Mani’s visie daalde de Goddelijke oermens, de eerste Christus, af naar het duister, naar de Aarde. Niet om haar kwaad te bestrijden, want in het milde Godsbewustzijn past het idee van straf niet. “Het liefdeoffer werd echter direct verslagen,” schrijft Mani en: “De vijfvoudige Lichtziel werd door de aardse demonen verslonden.” Je wordt echter wat je eet. Het materiële duister wordt vermengd met het etherische lichte element. Je kunt daar makkelijk een Goddelijk plan aan ten grondslag zien. Pas als de Goddelijke mens incarneert, kan het Licht in contrast met het Donker aan zijn werkelijke bewustwordingsproces beginnen. Beiden leren door de opheffing van elkaars eenzijdigheid. Door het Goddelijke Liefde-offer kan het Kwaad op termijn weer worden omgevormd. Mani omschrijft het Kwaad als een combinatie van toorn, hoogmoed, begeerte, haat en onverstand en hij zet daar geduld, deemoed, voorkomendheid, wijsheid en liefde naast. Het Kwade is dus functioneel en als een engelenoffer ingepast in de aardse omgeving, de kosmische strijd is verlegd naar de mens. De hoogste heiligheid is niet een natuurlijk gegeven maar een verworvenheid die pas kan ontstaan als er een wezenlijk vrije keuze kan worden gemaakt. De vrijheid om te kiezen (graag voor het Goede natuurlijk) en om op unieke wijze te kunnen groeien bùiten Gods voorspelbaarheid is het grootste geschenk dat het Goddelijke zichzelf heeft kunnen geven. MANICHEïSCHE DENKEN EN ASTROLOGIE Ik vergelijk dit Manicheïsche denken in aanvullende polariteiten eens met de astrologische principes van de dierenriem. Daar zie je terug hoe de tegengestelde krachten hun disharmonische werking verliezen. De methodische Maagd heft de chaotische wazigheid van Vissen op en Vissen geeft mededogen aan de kritische Maagd. Elke planeet geeft op mysterieuze wijze zijn specifieke, onmisbare kracht door aan de mens. Uranus zorgt er met zijn onvoorspelbare energie en plotselinge rebelsheid voor dat het Saturnale Godsprincipe getoetst en gepolijst kan worden. De transformerende mens gaat dan met die unieke astrologische blauwdruk van zijn geboortemoment aan de slag. Met talenten en handicaps, met kracht en tegenkracht leert hij het kwaad om te vormen door er in af te dalen. Zonder het kwaad te onderdrukken, zonder te pogen om het te bestrijden en daardoor te voeden, tracht de liefdevolle mens het kwaad in mildheid te verdragen. Zo kan er verandering in de materie komen en zal ook de aarde veranderen. Is het de bedoeling dat het donkere lichter wordt? Kunnen we ons in deze tijd daar niet iets bij voorstellen? De ijskap smelt en verdampt, de fossiele brandstof wordt in gas omgezet, de aarde wordt lichter gemaakt. Door het gat in de ozonlaag kan aardse druk ontsnappen naar de rest van de kosmos. Dit is even een ander filosofisch beeld dan de bezorgde ecologen ons qua doemscenario voorhouden, maar vast even prikkelend.

GOED OP VERKEERDE PLAATS
Het Kwade is in Mani’s visie dus hooguit het Goede op de verkeerde tijd en de verkeerde plaats. Het heeft echter een nuttige, ankerende werking waardoor datgene wat naar het nieuwe streeft, niet kan doordraven in een dodelijke galop. Door de beweging, waarin wij de Yin-Yang principes zullen herkennen, wordt het zogenaamde Kwade vanuit zijn kern, de witte punt, steeds weer gestimuleerd in het eigen verlangen om uit die stroeve, statische saaiheid los te komen. Het zogenaamde Goede is zich door zijn kern, die zwarte punt, bewust van zijn verknochtheid aan de aardse genietingen en zal daardoor verbinding blijven houden. Dat zwarte treklijntje kunnen we alleen maar relativeren door zelfspot en humor en zo is er door het menselijk incarneren een heerlijk fenomeen aan de schepping toegevoegd. De meeste Engelen en Demonen hebben immers, net als de meeste buitenaardse wezens, weinig humor. Aan gene zijde hoor je hooguit wat overledenen lachen, die in pijn geleerd hebben hoe je het zwarte op een speelse manier onschadelijk kunt maken, de kracht van fysieke verslavingen net zo goed als de dogma’s van de quasi-heiligheid… In de meeste wereldreligies (het Manicheïsme was overigens niet veel liberaler) wordt het vrouwelijke element consequent geassocieerd met het donkere, met het verleidende kwaad. Ook daar kan correcte logica veel troost brengen. Komt immers niet alleen uit de vereniging van het mannelijk en het vrouwelijk het nieuwe voort? Ligt het dan niet voor de hand dat ook alleen uit de integratie van het Goede en Kwade de nieuwe mens kan ontstaan? Wonderlijk is het dan om mijn hedendaagse logica bevestigd te krijgen als ik over dit onderwerp Mani’s zeventienhonderd jaar oude geschriften lees. Van Vliet brengt een antieke wereld aan het licht, die juist ook voor de niet-Christen wonderlijk actueel zal aandoen. Het voor mij meest ontroerende inzicht is het besef dat het kwaad zich vrijwillig geofferd heeft en dat het zogenaamde Kwade minstens op ons mededogen moet kunnen rekenen. Het offer moet opnieuw worden aangenomen. Dat hondje Pipo is niet voor niets verdronken. Hij heeft mij geleerd dat je weg kan lopen voor verdere vernederingen. Dat je in elk geval zo een teken aan je omgeving kunt geven dat iets te ver gaat. Ieder mens krijgt vroeg of laat een kenmerkende, beslissende keuze aangereikt. Pas in de vrijheid van keuze is liefde mogelijk, anders is die liefde niets meer dan moraliteit en plichtsbesef, gebaseerd op een ingeprente angst voor straf op een niet eens reële zonde.

PdH

Literatuur:istendom van vrijheid en Liefde
Roland van Vliet. Uitg. Kok, Kampen 1999. Ik, Mani, apostel van Christus
John van Schaik e.a. Uitg. Vrij Geestesleven, Zeist 1994.

terug

6. DE IDOOLHOF
Verdwaald tussen idealen en idolen (gepubliceerd in Prana 1999) Van Morrison zong het al op één van zijn prachtige albums: “No guru, no method, no teacher.” Laat je niets wijsmaken, er is maar één basis en dat is je eigen hart. Toch heeft bijna iedere mens behoefte aan een voor­beeld en velen blijven eeuwig kinderen, op zoek naar die ene liefheb­bende, ideale ouder. Vrouwen zoeken vaders in hun mannen en mannen willen hun moeder terugzien in hun partners, maar dan ideaal natuurlijk. In de tussentijd staan de 06-lijnen roodgloeiend, de contactrubrieken puilen uit en de relatie­stoelendans versnelt in tempo. De wereld schreeuwt om bonafide idolen, maar bij nader inzien blijken we gewoon ver­dwaald tussen gewone mensen. Aan de ingang van de idoolhof blijft Satan echter vrolijk kaartjes verkopen. Opgroeien, ouder worden is zo simpel nog niet. Als jongetje van elf droomde ik van een huwelijk met Prinses Irene en later was ik zwaar kalverver­liefd op Romy Schneider. Frans de Munck, bijgenaamd de Zwarte Panter keepte in 1961 in het voetbaldoel van het Utrecht­se D.O.S. en ik schreeuwde verhit mee met het supporterslegioen bij elke lange, lange doeltrap. Wat een doelman! Ik bewonderde Bob Dylan en later draaide ik Beatles en Stones grijs. “Idolen,” zei de psycholoog Kans Korteweg eens, “zijn de uitstulpsels van de massa, waarin die zichzelf aanbidt.” Filmgo­den, muziekhelden en sportsterren zijn onze eerste idolen en ze blijven een onvoorstelbare kracht houden. O.J. Simp­son, de voormalige basket­ballster die van moord verdacht wordt, trekt opnieuw een miljoe­nen­publiek naar de TV. Er komen steunbetui­gin­gen voor zijn gedrag, begrip en getuigen voor en tegen. Er zijn spontane aanbie­dingen van zelfs overduide­lijk meinedige verkla­ringen, die dit idool van talloze sportfans zouden moeten ontlasten. Prince is het voor mij meer, maar de favoriet van mijn 9-jarige zoon is Michael Jackson. Dit wereldvreemde wonderkind hangt in postervorm in ontel­bare kinderka­mers, boven de bedden van hun alleen­staande moeders en op de wc’s van sommige vaders, die achteraf liever gay wilden zijn. “Pappa, Michael Jackson kàn niets lelijks naar een kind gedaan hebben, hè?” vroeg mijn nageslacht vorig jaar vertwijfeld. Zijn held door het slijk? Dat mocht niet en nooit. Het vroeg een lange, gedetailleerde uitleg en dat bevredigde hem. Zijn eigen echte idool, zijn vader, had het verklaard met begrip voor alle partijen: “Michael Jackson had een probleem, namelijk van beroemd en rijk zijn. Hij wou ook wel eens wat gezelligheid en dan bleef er wel eens iemand bij hem slapen. En misschien hadden ze wel eens een wedstrijd vèr pissen gedaan, zoals wij ook wel eens deden in de douche van het zwembad. En het kan zijn, dat Michael misschien ruzie had gekregen, zoals wij ook wel eens hebben. Maar dan erger. Met een paar klappen of zo. En die jongen van 13 jaar had wraak willen nemen en veel geld willen hebben van Michael. Om terug te pesten. Want de mensen vinden van alles vies, helemaal als je beroemd ben. Snap je? Zo gaat dat in de wereld, David.” Hij snapte het. Het idool was weer een gewoon mens gewor­den, driftig en met lol in gore spelletjes. En gewone mensen mogen tenminste weer fouten maken of pech hebben. ZOEKENDE MENS De zoekende mens leent tijdelijk van idolen, coryfeeën en een enkele verlichte allerlei meningen, visies en filosofieën, totdat hij zijn eigen weten tegenkomt. Ondertussen mag men niet teveel onaardigs over het betrokken idool zeggen. Dat wordt niet zelden als een persoonlijke aanval gezien. J.F. Kennedy wordt een figuur met steeds mythischer proporties en Brigitte Bardot mag eigenlijk nooit ouder worden. Sai Baba blijft de onaantastbare perfecte heilige, ondanks het precaire feit dat vlak naast zijn slaapkamer de moordenaar van zijn penningmees­ter door de politie werd doodgeschoten. De pausen zijn heilig van zichzelf en iemand als Krishna­mur­ti wordt heilig gemaakt met het verhaal dat hij ’s morgens vroeg alleen maar blòemen bracht aan het bed van de vrouw van één van zijn groepsge­noten. Jomanda Onderwater geneest mensen onder toepassing van hypnoti­sche trances en omdat er daardoor wonder­baarlijke dingen gebeuren is direkt alles goed wat ze doet. “Alles wat van ver komt, is lekker,” zei mijn grootmoeder al. Onder dat motto ontplooi­en zich ook steeds meer ge­channnelde Wijze Entiteiten. Ik ben er soms flink huiverig van. Omdat die informatie van Meester Wappa, Broeder Andreas of Com­mandant Piripup `uit het hiernamaals’ of van de Pleiaden komt, zou hij wáár moeten zijn? Madame Blavatsky is terecht haast heilig verklaard, omdat ze waarschuwde tegen het fenomeen van `etherroof’ waarbij onstoffelij­ke wezens zogenaam­de etherische fosfor en andere lekkernijen aftappen van levende lieden om zo hun eigen astrale bestaan te kunnen verlengen. Op het podium wordt een kunstje vertoond, maar de zaal betaalt. Dat gebeurt al gauw letterlijk. De toneelhypnoti­seur krijgt drie mensen korter of langere tijd van het roken af, maar daar gaat het hèm niet om. Hij denkt aan de duizend mensen in de zaal, die vijftien gulden voor hun toegangskaartje betaald hebben. Op die manier willen vast ook allerlei plaaggeesten graag wat kennis kwijt of wat mysterieuze operaties verrich­ten. Alles heeft echter zijn prijs, stoffelijk of onstoffelijk. Dit heelal draait om geven en nemen of je dichtbij kijkt of ver af.  OSHO RAJNEESH Lang geleden zocht ik het ook ver weg. In mijn wilde dagen, van 1979 tot 1981, woonde ik dus volop genietend in de Indiase ashram van Bhagwan Shree Rajneesh. Iedere avond was er een `energy darshan’ in die tijd. De aanbeden Meester van Mees­ters, zoals hij zich zelf graag noemde, ontving zijn discipelen in zijn betegelde achtertuin en deed boeiende energetische experimenten. Hij verbond met zijn vingers en voeten chakra’s en andere lichaamsdelen van zijn door opzwepende muziek en eigen verlangen in trance gebrachte toegewijden. De mooiste meiden van de commune dansten extatisch om het gebeuren heen en dan ging plots het licht uit. En als het weer aanging, leunde Bhagwan tevre­den achteruit en veegde zijn vingers met Kleenex af. Raar vond ik het wel. Zweethanden? Totdat één van de `mediums’ zoals die dames ge­noemd werden, in tranen haar onthutste beklag bij me deed. In het donker had haar idool twee vingers in haar vagina gestopt. Ze was er van geschrokken en had het later doorverteld. Het gerucht kwam niet ver. Direct had de ashramba­zin haar een ultimatum gesteld: ze kon met het eerste vliegtuig terug van Poona naar Duitsland als ze niet spoorslags haar roddelen­de mond hield. Wist ze dan niet dat dat een spiritue­le gewoon­te van de Meester was? Zo werd er namelijk meer sexuele energie opgewekt en dáár ging het om. Daarom mochten de mediums geen ondergoed dragen, had ze dat niet zelf kunnen snappen? Nee, nee, daar had ze nooit aan gedacht en ze wou niet dat er in haar zonder toestem­ming werd rondge­sopt. Haar idool was ineens een gewone man voor haar geworden, die te ruw en te begerig had aangevoeld. Ze heeft heel lang moeten huilen, maar misschien is ze nog steeds sanyassin. Die zelfde achtertuin is nu overdekt, met marmer en glas tot een wonder­schoon mauso­leum omgeto­verd, waar na zijn overlijden Bhagwans urn bewaard wordt. Op zijn eigen instructie is er een nieuwe kerk ontstaan, de Church of Raj­neeshism. Hij heeft een nieuwe naam geleend uit de Zentraditie, `Osho’ de aanspreektitel van een Zenmeester en nauwkeurig omschreven hoe zijn kerkgangers voortaan gekleed moeten gaan, wat de kleur moet zijn van de ashramge­bouwen (zwart) en hoeveel uur er per dag video gekeken moet worden. En diezelfde man hoorde ik in 1980 nog zeggen, dat wij, His People, na zijn dood anoniem zouden moeten onderduiken in de stroom van de wereld en dat we geen enkele relikwie van hem mochten bewaren? Hij was een begena­digd en uiterst humoris­tisch spreker. Zijn inzicht in de menselijke psychologie was fenomenaal, maar met opzet of niet heeft hij er alles aan gedaan om zijn eigen idool­positie te ondergraven. Op macht, luxe en erkenning belust liet hij zijn Amerikaanse modelstad in Oregon, de grootste New Age commu­ne ter wereld, crimi­neel en beleids­matig ondermijnen en nòg vinden zijn trouw gebleven discipelen dat het om een `device’ ging, een bewustma­kende techniek. De ideale vader wordt immers alles verge­ven. In mijn eigen blinde troostbehoefte (mijn vader stierf toen ik 13 was) dacht ik lang hem ontlastend mee. Ik had immers niet onaanzienlijke bedragen aan de Rajneesh Stichting gedoneerd? En ik was dol op die man, hoewel ook bang voor zijn magische trukendoos. Zijn vermogen tot volksverlak­kerij had ik al eerder van heel dichtbij moeten aanzien. In 1981 werd één van Bhagwans lijfwachten, Swami Vimal Kirti tijdens een karatetrai­ning in de vroege ochtend radicaal in de borst getrapt. In paniek bracht men hem naar het ashram­hospitaal, waar onherstelbare schade werd vastgesteld. Daarop kwam er een pijnlijk circus op gang. Een vervolging wegens dood door schuld zou de ashram enorme schade doen. Bovendien was Kirti ook nog eens geboren als Welf, Prins van Hannover en verwant aan het Engelse koningshuis. Twee Indiase specialisten werd omgekocht, ineens was er officieel sprake van een hartaanval. Bhagwan bezocht Kirti in het nabije Ruby Hall ziekenhuis, waar de onfortuinlijke aristocraat heenge­bracht was. Bhagwan nam het hartaanvalverhaal moeiteloos over en uiteraard werd Kirti in zijn laatste uren Verlicht verklaard door zijn meester. De crematie werd een schitterend feest en de overgekomen Duitse familie werd moeiteloos ingepakt met honderdduizend rozeblaadjes en klassieke muziek over de ashramspeakers. Van een autopsie was geen sprake. Hoe zou men dat durven vragen? Ik had een vriendin, een verpleegster, die dienst had gedaan in het ziekenhuisje die ochtend. De haar opgelegde zwijgplicht kon ze niet aan. Ze moest er met iemand over praten. Op mijn beurt heb ik er ook lang mijn mond over gehouden. De zoon verraadt zijn vader niet gauw. POONA ERFENIS Na de dood van de meester in januari 1990 was er echter sprake van een erfenis. In zo’n geval dienen de nabe­staanden de gehele boedel over te nemen, de baten èn de lasten. De neo-sannyas beweging heeft snel vooral de baten naar zich toegehaald en de schulden laten liggen. Emotionele waarheden of geldzaken, op beide terreinen lagen er nog wat vuiltjes uit het verleden. Een Raj­neeshbank heeft in 1985 mijn Amerikaanse tegoed van $ 613 verdonkere­maand. Ik was maar één van de kleinste schuldeisers, maar enige toelichting of uitleg is er nooit gevolgd, ook niet aan de grote verliezers. Na het faillissement zette de meester zijn zaak gewoon opnieuw op. Jarenlang ­kwelde ik mezelf door mijn zelfonderzoek naar mijn relatie met die man. Ooit stelden NRC/Han­delsblad-reclameposters met betrekking tot Rajneesh de vraag: Profeet of Profiteur? De zoon van toen heeft inmiddels op beide beelden `Ja’ moeten knikken. Mijn vader heeft goede en slechte kanten, zo moest ik erkennen. En zo zal ik ze ook in mijzelf moeten leren aanvaarden. Het voordeel van dat nare leerproces was niettemin helder. Door me voor hem te buigen, me over te geven en uit zijn handen ritueel een kralenket­ting met zijn foto, de `mala’ te ontvangen, plus een duimafdruk op mijn voorhoofd heb ik me opengesteld voor een symbolische Goddelijke Autoriteit. Ik wilde mijn jong gestorven vader beter leren kennen middels een levende plaatsvervanger. Ik heb toen, in februari 1979, `Ja’ gezegd en acht jaar later weer `Nee’ toen de maat vol was. Zo kon de jongen zelf man worden. De band met de vader-tovenaar, met het aanbeden idool, werd verbroken toen ik de mala in mijn open haard verbrandde. Of Rajneesh werkelijk verlicht was of niet en wat verlichting überhaupt is, maakt niet meer uit. Ik moest mijn idool voeten in de aarde geven, terwijl zijn hoofd in de wolken hing.Naderhand heb ik diverse mensen ontmoet, die zichzelf als verlicht therapeut of verlicht leraar presenteren. Ik heb ook veel video’s van de internati­onale spirituele cracks gezien en hun lezingen of workshops bijgewoond. Ze zijn Het ge­woon, zeggen ze. Of ze zijn ER. Klaar. Ze hoeven niks meer, behalve anderen helpen. De meesten hebben echter met Bhagwan Rajneesh gemeen dat ze niet tegen kritiek kunnen. Wie doorvraagt over hun persoonlijke sexleven, over hun geldzucht, manies of fobie, maakt hen driftig. De criticus wordt de deur gewezen, soms zelfs met geweld. En zo kan de zoeker eindelijk wat criteria opstellen voor zijn idolen. Zo’n vals idool vleit je, dat is Fase 1. Als je eenmaal een beetje in zijn of haar ban bent, krijg je te horen hoe bijzonder je bent, hoe slim het van je is om juist aan de voeten van déze teacher te komen. Dan weet je nog niet, dat de valse meester altijd in alles gelijk heeft of weet te krijgen. In Fase 2 worden je beloften gedaan: dat je tot een uitverkoren volk gaat behoren, dat je, als je maar hard genoeg werkt (cursus koopt of training volgt), je iets zal bereiken en kunnen, iets dat je Speciaal gaat maken. Er worden je dezelfde magische vaardigheden in het vooruitzicht gesteld zoals de meester ook al lijkt te hebben. Onthechting, innerlijke vrede en geen relatiestress meer (iedereen houdt dan namelijk van je). Je gaat een betere toekomst visualiseren, je gaat rijk worden en geres­pec­teerd. Bij de ene meester heten het siddhi’s, bij de andere discreaties, een derde zal transformaties beloven. Fase 3 is pijnlijker: de bedreiging. Als je niet doet, wat je idool vraagt, zit je `in je kop’ of verstrikt in je ego en uiteindelijk gaat er straf volgen. Sancties, verbanning of vervloeking.”Als je dit therapieproject verlaat, ga je een zekere dood tegemoet. Je zult jezelf ombrengen uit schuldgevoel,” schreeuwde een beruchte Zwitserse quasi-therapeute me toe, toen ik me weer eens in mijn zoek­tocht, nu naar het wezen van mijn drie jaar daarvoor gestorven moeder, had laten verleiden tot een ingrij­pend therapie-experiment. Hanna Boe­schenstein heet ze, een kanjer van een wijf met een uitstraling van de Oermoeder zelve. Haar charisma en haar briljantie deden het wonder heel makkelijk. Ze had bovendien een paar dozijn erg aardige discipelen. Ik werd verleid door de sfeer in haar Nederlandse commune, weer een gelukkige familie! Haar `Making Friends’ project klonk zeer overtuigend. Drie maanden in de Indiase bush bij Kajuraho om onder haar leiding aan jezelf te sleutelen. Duur was het wel, maar dat is een bekende verborgen verleider. Duur moet wel goed zijn. Eenmaal aangekomen moesten de veertien deelne­mers paspoort, ticket en geld inleveren, zogenaamd ter collectieve beveiliging. Iets in mij waar­schuwde me toen al. Ik gaf niet alles af. Daarna brak inderdaad de hel los onder het mom van werken aan ons egoverlies. Om mij `open’ te maken bleek alles te mogen. Weinig slaap, vernederingen, uithongering en andere boeiende meditatieve technieken. Het echte werk begon met een overdosis alcohol, maar dat bracht me alleen aan het schaterla­chen. Toen volgde er een overdosis XTC. Dat greep dieper in. Toen ik weerloos onder de invloed was, begon Hanna, gesteund door haar co-therapeuten me allerlei zwarts te verwijten, inclusief mijn misdra­gingen uit vorige levens: ik was één van de ergste Florentijnse Medici’s geweest in 1500-zoveel! Ik was een duivel, een beest, ik mocht mijn zoon nooit meer onder ogen komen, ik had schade aan tientallen vrouwen toegebracht, ik kon maar beter zelfmoord plegen. Daarna werd ik het bos ingestuurd, alleen, om over mijn zonden na te denken. U leest dit verhaal waarschijn­lijk met een toenemende afschuw. Hoe kan een normaal mens zich zo te pakken laten nemen? Ik voelde me zelf wèl normaal. Ik bleef kijken, hield ik mezelf voor. Ondertussen had mijn therapeute geen enkele eerbied meer voor individuele grenzen. Mijn karma? Het zal best. De zoektocht naar de waarheid brengt ons ook naar de zwartste krochten van de ziel en in alle denkbare aardse hellen. Peter Pan was zijn schaduw kwijt en Wendy moest hem weer aannaai­en…NET GEEN ZELFMOORD Ik pleegde geen zelfmoord. Nee, ik vond iets op de bodem van mijn put. Daar lag het inzicht dat het niet uitmaakt, wat een ander van mij vindt of in mij ziet. Ik ben gewoon ik. En voor mijzelf ben ik de moeite waard. De volgende dag was ik er getuige van hoe Hanna zich liet overschadu­wen door het godinne-aspect van Kali, de wreekster. Deze Hindoeïstische godin wordt afgebeeld met een halsketting van onthoofde mannen, symboliek voor de demonen in je eigen ziel. Hanna, die zichzelf gedurig beriep op haar Verlichting enkele jaren eerder, was van plan die in onze zielen stevig aan te pakken. De sfeer werd er niet beter op en het eten ook niet. Slechts bananen en wortels kregen de onwilligen, die zich nog steeds niet konden overgeven. Hoe gek het ook klinkt, ik hield toch ook van Hanna. In haar stille momenten was ze zo sensitief en liefdevol dat ik totaal toegewijd haar voeten weer kon masseren. Mijn idool liet me dan weer zien, hoe mooi mijn moeder kòn zijn en hoe ik dat vreselijk gemist heb en tekort kwam. Haar wreedheid kende evenmin grenzen. Binnen Hanna’s religieuze paranoia moest ineens e­en bijtende pup in een groepsritueel gedood worden. Dat stomme hondje was plotseling het sym­bool geworden van alle mannelijke agressi­viteit. Pipo werd verdronken, het duurde vijf minuten voor het lijfje onder water in Roberts handen stillag. Hij was Hanna’s discipel num­mer Een en hij zou alles doen en laten om haar liefde maar te behouden. Hoewel ze vijftien jaar ouder was, beminde hij haar veel­vuldig en enthousiast en beschreef daarna die helende ervaring aan ons. Als ik maar meer mijn best deed in ons concentratiekampje, werd ook mij dat voor­recht in het vooruitzicht gesteld. Die seksuele slavendienst trok mij onvoldoende aan, zo ver was ik nog niet gezonken. Dat Robert zich op een noodlottige avond door de hele groep bont en blauw moest laten slaan om dichter bij zijn gevoel te komen, was voor mij de druppel die mijn emmer deed overlopen. Of was het puur lijfsbe­houd? Toen zijn billen volkomen zwart zagen van de bloeduitstortin­gen, schreeuwde Hanna me toe dat ik de volgende was: “Scheissdreck!” Mijn vluchtkof­fertje stond echter al stiekem klaar, ik had nog genoeg roepies en het adres van de Nederlandse ambassade in Bombay. Het was volle maan en ik rende die vijf kilometer naar de grote weg. In de vroege ochtend werd ik opgepikt door een vrolijk beschilderde Indiase truck. De chauffeur wou niet eens geld van me aannemen, zo goed voelde hij waarschijnlijk mijn verweesde gevoe­lens aan. Mijn moeder had me verraden, maar ik had mezelf net op tijd uit haar handen weten te red­den. Thuis gekomen ben ik ook. Bang was ik onderweg beslist wel. Bang voor haar vervloeking en bang dat ik toch ergens een spirituele fout had gemaakt. Je weet immers maar nooit in dit mysterieuze leven? Voor je het weet is goed ineens kwaad en omgekeerd. Vandaag krijgt het kind een kus en morgen een klap…REDDING ZOEKEN In minder extreme zin dan ik hebben talloze anderen hun eigen therapeu­tische redding gezocht. Hun innerlijke kind is verwond geraakt, hun geïnternaliseerde vader- en moederbeelden zijn onvolledig, vervormd en verwar­rend. Nieuwe ervaringen rijten de oude wonden weer open. Liefdesrelaties zijn favoriet in dit proces, maar ieder idool kan dezelfde functie vervullen. Wie blijft steken in zijn of haar beschuldigende vinger naar die ander, blijft echter ster­ven van verdriet en pijn. De wond mòet open, zodat het pus eruit kan. Daarna kan hij echt dicht. Littekens zullen je nog wel herinne­ren aan het verleden en soms bij slecht weer jeuken. In zo’n dieptepunt valt mij wel eens een bruikbaar liedje in, dat ik dan zing: “Alleen de liefde wil ik dienen, de liefde alleen, geen andere heer wil ik meer om me heen, alleen de liefde, de liefde alleen.” Het was leuk geweest als mijn Nederlandse idool-kandidaat Herman Brood dat eens op de TV had kunnen brengen. Misschien had ik dan zijn foto boven mijn bureau gehangen. Zomaar. Voor de lol.

terug

7. HERPES? ZEUR NIET! – LEREN LEVEN MET EEN LEVENSLANGE VIRUSINFECTIE –
(Artikel in Onkruid 1997)

Herpes kan pijnlijk en onaangenaam zijn, maar vaak valt het ook erg mee. Als je het eenmaal hebt, dan heb je voor altijd. Het is een virus, dat zich na het eerste besmettende contact in een bepaald deel van je zenuw­gestel nes­telt. Let op je voeding en leer op tijd Nee zeggen.
Haast twee miljoen Nederlanders hebben last van herpes. Blaasjes op je mond, op je billen, geslachtsdelen, onderrug, soms op gewrichten of vingers. Beruchte veroorzakers zijn gebrek aan slaap, stress, te gekruid eten, chocolade, kokos, paprika, tomaten, champignons. Stress, traumatische toestanden en andere ondermijningen van je normale weerstand hakken er ook in. Verder worden suiker, linzen, doperwten en (teveel) granen – ook brood- afgeraden. Ook bepaald fruit ondermijnt de herpespatiënt omdat er veel van het negatieve aminozuur Argine in zit: aardbeien, bananen, sinaasappels, bosbessen en druiven (dus ook rozijnen). Men ploetert meestal met gering effect met het reguliere medicijn, Aciclovir. Minder bekende maar zeker zo werkzame remedies betreffen de inname van Lysinecapsules (ook een aminozuur), Resveratol (een krachtige antioxidant uit druivenpitjes), knoflook en Lactoferrin (een antibacteriële proteïne die in de eerste moedermelk, het colostrum zit). Extra inname van zink en foliumzuur helpt ook. Wat je bovendien op die jeukende blaasjes kunt smeren, zijn Propolis (een bijenproduct) of extracten van de Aloë Vera plant en citroenbalsem Melissa officinalis. Bij velen werkt een zogeheten Nano-zilveroplossing en sommige patiënten hebben baat bij een compresje van Luvos heilaarde, anderen zweren bij homeopatische oplossingen. Gelukkig gaat onderzoek naar alternatieven door. Ook werken bepaalde therapeuten zeer effectief met de Emotional Freedom Technique (EFT), een soort psychologische acupunctuur, waarbij men bepaalde meridianen beklopt. Er zijn verder natuurartsen die Progenitaliskorrels voorschrijven met goed resultaat, meestal in combinatie met weerstand oppeppende andere (homeopathische) middelen. Hoewel er herpespatiënten zijn, die juist last krijgen van te veel zon, is er net positief onderzoek gedaan naar de effectiviteit van een hoge dosis vitamine D. Dat betrof 50 pilletjes, eens per dag gedurende 3 dagen. Gebrek aan deze vitamine kan namelijk ook al een herpesaanval veroorzaken. D werkt ook goed bij griep, dus waarom niet bij andere virale infecties? Doe je eigen onderzoek maar. “Vroeger wreef ik vaak uit pure wanhoop over de jeuk en de pijn de blaasjes kapot met een groen schuursponsje. Dan ging de jeuk tenminste weg,” zegt Ineke (37 en verkoopster). Die felle reactie op haar genitale herpes be­schrijft ze achteraf als een vorm van zelfhaat: “Ik accepteerde mezelf niet en die herpes al helemaal niet. Toen ik ouder werd, heb ik hulp van een psycho­loge gezocht en dat heeft me veel geholpen om milder te worden. Nu gebruik ik voor­zichtig een nat washandschoentje en daarna föhn ik de plek droog. Het virus gaat dood op een droge huid. Daarna is het een kwestie van het wondje laten genezen, zonder dat je meer bang voor besmetting van je partner hoeft te zijn.” Er zijn min­stens zeven ver­schil­lende herpesvarian­ten, die zich vrij on­schul­dig manifesteren als bijvoorbeeld waterpok­ken of de ziekte van Pfeiffer, maar ook dus als een koortslip of als genitale her­pes. Meer dan 60% van de volwas­sen bevol­king is drager van één van deze herpesvirusssen. Bijna 1 op de 3 Nederlanders heeft genitale herpes, hoewel de meesten daar nooit iets van merken. Pas als je natuurlijke weerstand teveel zakt, kan het zich plotseling manifesteren. Daarom is het niet altijd reëel als je iemand van jouw besmet­ting beschuldigt. Dat kan immers al jaren gele­den gebeurd zijn. Herpes heeft een voorkeur voor de regio rond je mond (de zogenaamde koortslip, ook wel aangeduid met Herpes Simplex Virus 1) en voor je onderli­chaam (geni­tale herpes, ook wel aangeduid met Herpes Simplex Virus 2). Het een hoeft niet te bete­kenen dat je automa­tisch ook de tweede variant hebt of krijgt, maar deze varianten komen wel in beide gebieden voor. Je kunt elkaar dus zowel met zoenen als orale seks besmetten. Er is tot nu toe geen medicijn ont­wik­keld dat het virus in zijn schuil­plaats kan aan­tasten of ver­nie­tigen, maar daar wordt aan gewerkt. Vanuit Zweden wordt er in een groot aantal landen (ook in Nederland) op dit moment onderzoek gedaan naar de positieve werking van PHIM-101 gelei. Dat bestaat uit enzymen uit de alvleesklier van een Zuidpoolgarnaal, die je aanval sterk lijken af te remmen. Volgend jaar zullen we weten of het officieel als geneesmiddel tegen herpes kan worden geregistreerd. Als je geïnfecteerd bent, hoeft het echter niet altijd tot een aanval te komen. Het virus kan namelijk lang­du­rig of zelfs voor altijd latent blijven. Praten met een huisarts, dermatoloog of gynaecoloog kan veel misver­standen oplossen. Soms kan acupunctuur de pijn verlichten.Over de frequentie van de aanvallen bericht een specialist (Dr. W.I. Van der Meyden) dat slechts 50% van de patiënten die net met een HSV1 geïnfec­teerd is, die terug ziet komen met gemiddeld één aanval in het eerste jaar. Over HSV2 stelt hij dat 80% gemid­deld vier aanvallen in het eerste jaar na de oorspronke­lijke eerste infectie krijgt. 6 tot 8 aanvallen per jaar schijnen niet ongebruikelijk te zijn. Bij vrouwen zou een derde van de aanvallen verband houden met het begin van hun menstruatie.Wat voel je? Wat zie je? Van tevoren kan men een licht schrijnen of jeuk voelen op de betref­fende plek, maar soms ook op de achterkant van de dijen. Een soort grieperig gevoel kan eveneens een aanval aankondigen. Sommigen ervaren dat de getroffen plaats raar tintelt, puur pijn­lijk is of juist gevoelloos. De effec­ten kenmerken zich door een rode geïrriteerde plek, soms iets opge­zwollen door een opeenho­ping van vocht er onder. Dat wordt oedeem genoemd. Op zo’n plek vertonen zich na enige tijd kleine vocht­blaasjes. Als je die door de jeuk open­krabt, ver­spreidt zich het virus via dat vocht. Dat kan ook gebeuren door wrijving tijdens seks (gewoon of oraal) of door het hard afdro­gen met een handdoek. Zo’n blaasjesplek kan zo klein als een dubbeltje zijn, maar ook zo groot als een gulden. Je kunt er eentje hebben of (veel) meer. Soms zitten ze op je onderrug, tussen je liezen, in je schaamhaar, in of ­op je geslachtsdelen. En dan schrik je natuurlijk. En je gaat zoeken naar iets wat verzacht. Helaas is zo’n wonder­middel niet voorhanden.  Een interview met Zakina Steuns, acupuncturiste in Koekange, maakt veel fysieke en psychologi­sche achtergronden duidelij­ker: “Als de lever- en galmeridiaan aangetast is, wordt men vat­baarder voor virusinfecties, zoals genitale herpes. De koortslipvariant, de krenten­baard, geeft eerder een probleem aan met de maagmeridiaan. Een acupuncturist zal dat de remmo-12 noemen. Dat kan slaan op teveel innemen, niet goed verwer­ken of niet goed verteren. De lever organiseert je bloedzui­vering, je hele vocht­huishouding. De kwaliteit van je bloed bepaalt de kwaliteit van je leven. Problemen daarmee geven een veel omvangrijker conflict aan dan de koortslip aanduidt. Levere­nergie staat namelijk voor expres­sie, voor datgene wat je naar buiten brengt. Seksualiteit is ook een vorm van contact maken. Een mens kan zich onnoe­me­lijk laten blokkeren als er iets niet mag op seksueel gebied, als je niet vrij daarin mag communiceren. En àls je dan eenmaal herpes hebt, kan dat veroorza­ken dat iemand nog verder naar binnenkeert. Ze praten er met niemand over, niet zelden zijn ze er nog nooit mee naar een dokter geweest. Er heerst op dit punt een enorme schaamte. Dat niet uiten, die gestoorde expressie, die gevoe­lens worden allemaal als het ware in de lever opgeslagen. Mensen die geelzucht of hepatitis gehad hebben, ook een leveraan­doening dus, zijn doorgaans ook kwets­baar­der voor herpes. Vrouwen die lang de pil slikken, kunnen proble­men krijgen omdat hun lichaam niet langer voor de gek gehou­den wil worden. Als je teveel te lang doet, open je de deur voor herpes. Sommigen vrouwen zijn veel te veel gericht op geven, terwijl ze maar moeilijk kunnen innemen, daar kan een zwakke plek ontstaan. Maar dat geldt evenzeer voor bepaalde mannen, juist die zogenaamde krachtpatsers hè? Lui die maar doorgaan en door­gaan.”Sterke verlangens “Het valt mij op dat de meeste mannen, die ik hier krijg, het vroeger niet zo nauw hebben genomen met de seksuele moraal. Zo ie­mand moet nu bij een herpesaanval ineens gaan doen of die sterke verlangens niet meer bestaan. Dat is een harde leer­school. Ik zie diverse mannelijke patiënten langdurig ophouden met alle relaties, omdat ze denken dat het niet meer màg van `hogerhand’. Daar zitten elementen van straf en boete doen in. Iedereen compenseert weer op de eigen ma­nier, sommigen gaan drinken, anderen gaan gokken of vreten. Als je op die manier 95 of 100 kilo wordt, maak je jezelf uiteraard nòg minder aantrekkelijk. Dus is de cirkel rond. Dagelijks herpes kan daar het gevolg van zijn. De emotionele druk daarvan belast je immuni­teitssys­teem en dat voert weer op leverenergie terug. Alcohol belast de lever­functie dan nòg meer, net als vet eten; zelfs koffie en chocola kunnen dan gevaarlijk vergif betekenen voor een herpes­patiënt. De angst om iemand te besmetten vergroot het isole­ment. Ik kan dan gelukkig troosten met voorbeelden, de talloze praktijk­geval­len die ik ken, waarbij de partner van een herpespa­tiënt het nooit heeft gekregen. Zo’n positief verhaal kan wezen­lijk opbeuren. Ik heb een patiënt gekend die na de eerste aanval er nooit meer een gekregen heeft, dat kan ook. Bouw je je auto-immuniteitssys­teem weer goed op, of laat je je teneer­slaan?” Volgens Zakina Steuns hebben leverproblemen doorgaans te maken met het onvoldoende uiten van woede.
Zakina: “Iemand kan energetisch vreselijk gestag­neerd raken door niet `Nee’ te durven zeggen. Dat gebeurt als je geen agressie van je af kunt houden. Met andere woorden: iemand laat zich slachtoffer worden. Van die neiging, van die handicap kan herpes je bewust maken. Het kan je dwingen om dat onder ogen te zien en om jezelf voortaan beter te verde­digen. Het kan ook zijn dat iemand niet voor zijn wezenlijke behoeften uit durft te ko­men. Normaal zou zijn om uit te huilen, om het uit te schreeu­wen of gewoon, om het even te vertellen, het kwijt te kunnen aan een vertrouwenspersoon. Kwaadheid kan geheeld worden door verdriet. Wie daar weer contact mee krijgt, komt meer in balans. Het is net zo als bij een geïnspireerde schilder die geen kwast meer heeft. Slaat die teleurstel­ling naar binnen, naar gevoelens van machteloosheid, dan put je jezelf extra uit. In deze tijd zie ik veel tekortkomingen in de lever- en nierfuncties, de `onderste warmer’ zo noemen de Chinezen dat. Of je je eigen levenswarmte goed blijft voeden in je lichame­lijke systeem heeft ook alles te maken met je manier van adem­halen. Haal je diep adem in je buik? Of ben je een type dat eerder hyperventileert? Zo’n korte, oppervlakkige hoge borst-ademhaling maakt dat je het moeilijker zal vinden om te stáán voor je dingen. Ik kijk ook naar wat voor type iemand is. Ik onderscheid dat naar de vier astrologische ele­menten: vuur, water, aarde en lucht. Vooral de eerste ligt onmiddel­lijk op zijn gezicht, als hij herpes krijgt. Datgene waar je heel goed in bent, is tegelij­kertijd je zwakte. Vuur mòet zich uiten. Als dat gestoord wordt, stort hun wereld in. Aardety­pes kunnen een enorme fysieke kracht hebben, maar juist daardoor in extremen gaan en hun lijf kapot werken. Watertypes weten meestal de tegenslag wel binnen hun grote gevoelscapaciteit op te van­gen, die hebben wat meer weerstand. Luchttypes gaan van nature doorgaans niet zo in extremen. Herpes is een soort instrument dat er voor zorgt dat je niet in je extremen vervalt.”Er wordt wel gesteld dat het virus zich op de zwakste plaatsen op de huid mani­fes­teert. Zakina is vooral een psychisch verband opgevallen: “De plaats waar je het krijgt, geeft een aanwijzing voor de ernst van je verdriet. Alles wat aan de achterkant zit, heiligbeen, billen, dat noemen wij yin, dat zit oppervlakki­ger. Alles wat aan de voorkant zit, de pubus en genita­liën, wat wij yang noemen, dat zit dieper. Daar zit meer pijn, dat doet ook meer pijn. Wat aan de achterkant zit, maakt je kwaad, de voorkant heeft met huilen te maken. Dat moet je jezelf dus afvragen bij een aanval: Waar zou ik eigenlijk kwaad om moeten zijn geweest? Waar had ik eigenlijk om moeten huilen?”Inbreker “Je hebt met dit virus als het ware een inbreker binnen. Als je hem ombrengt, heb je een lijk binnen. Je kunt hem beter op een veilige plaats aan de praat houden. Nog beter is om hem op te sluiten. Dat betekent dat je hem op zijn plek laat in een aantal cellen en hem niet toestaat om door het hele huis, dus door jouw hele zenuwstelsel, te gaan sluipen. Je lever moet dan wel con­stant daarvoor in de weer kunnen zijn. Als die lever door andere factoren tijdelijk uitgeput is, dan slaat de inbre­ker zijn slag en spat naar buiten. Wie versnipperd leeft, wie steeds verwar­ring toestaat, roept vaker aanval­len op. Acupunctuur kan veel verlichten, maar de patiënt moet het vooral hebben van eigen inzicht.”  Voor universiteitsmedewerker Jan (34) is herpes vooral ver­bonden met niet `Nee’ durven zeggen. “Dagen met een herpes­aanval zijn altijd periodes van bezin­ning voor me,” stelt hij. “Als ik in werksituaties over me heen laat lopen, moet ik vaak dubbel betalen met blaasjes. Het vaakst krijg ik echter herpes als een waarschu­wing dat ik mij op het seksuele ter­rein onvol­doende gehouden heb bij mijn eigen innerlijke waarden en verlan­gens. Als ik dingen op rela­tiege­bied tegen mijn zin in doe, dan gaat het abso­luut fout. Ik ben niet zo’n ster in `nee’ zeg­gen. Quasi vrolijk in bed gaan liggen met mijn vriendin om zo feitelijk dieper lig­gende problemen te maskeren, is zo’n foutje bij­voor­beeld. Fataal is om te gaan vrijen omdat ik prestaties naar mijn vriendin denk te moeten leveren of urenlang zogenaamd Tantri­sche erva­ringen denk te moeten creëren, dat is evenmin echt spiritu­eel. Of het te laat doen, midden­in de nacht bijvoor­beeld als ik echt al ruim over mijn vermoeid­heidsgrens ben heenge­gaan. Als ik onvoldoen­de liefde voel, maar me laat inpakken door mijn ordinaire geilheid bijvoor­beeld, dat kan verkeerd uitpak­ken, maar ook anders­om. Ik was eens behoor­lijk ver­liefd, tot ik plotse­ling doorhad dat dat meisje mij alleen voor haar eenza­me, wellus­tige avonden nodig had. Die afknapper bezorgde me ook onmid­dellijk een paar blaasjes. Ik schaam me niet voor mijn eigen onbe­wuste gedrag, maar ik probeer er wel aan te werken. Mijn herpes heeft altijd nut voor mij. Ik beschouw het virus als een vriend die me behoedt voor uitwassen en voor het ondersneeuwen van kwetsbare gevoe­lens. Ik ga beslist veel alerter om met het onderzoek naar mijn motieven om iets niet of juist wel te doen. Herpes is een soort stok achter de deur. Zonder de waarschuwing van die stok laat ik me letterlijk en figuurlijk veel te makkelijk naaien.”  Ineke is vooral gevoelig voor fel zonlicht: “In de zomer hebben wel meer mensen er last van. Lang zonnebaden verlaagt mijn weerstand en kan dus ook een aanval uitlokken. In de winter kan ik bij vlagen overgevoelig zijn voor een te droge lucht van de centrale verwarming.” Andere patiënten zeggen dat de wrijving van condooms onaangenaam is en later een aanval veroorzaakt. Jan: “Te vurige dingen voedingsmiddelen (peper of sambal) kunnen dat ook doen, maar ook tomaten, paprika, aubergine of aardap­pelen wekken soms een aanval op. Chocola is evenzeer een beruchte boosdoener.” Teveel werk- of relatie­stress is bekend als dominante oorzaak, maar iedereen zal zijn of haar specifieke gevoeligheden moeten leren ontdekken en de daarmee samenhangende oplossin­gen. Wat werkt voor jou kan voor een ander geen enkel effect hebben. De een zweert bij extra Vitamine C en gaat vasten, zodra hij een aanval voelt drei­gen. Geen vlees meer eten schijnt inderdaad te helpen. De ander gelooft in gewoon meer douchen of in een bepaald middel, zoals Zovirax-zalf of Propolis, een bijenkas­tenwasex­tract. Ineke: “Eén van mijn vrien­den heeft zelfs baat bij een compu­ter­pro­gramma, dat zijn bio-ritme berekent in combinatie met astrologisch voorspelbare moeilijke momenten. Op `zwakke’ dagen is hij extra voorzichtig en gedisciplineerd en dat werkt goed.” Over het besmettingsgevaar is zij vrij laconiek: “Als je partner per ongeluk een plekje aanraakt of kapot­wrijft, dan is water en zeep goed genoeg om het virus weg te wassen. Zelf kun je een plekje goed ontsmetten met ether, vloeibare Echinaforce of water­stofperoxyde. Dat doodt tege­lijk het virus dat eventueel op je vingers komt.”Technisch en praktisch gezien kun je veel herpesongerief zinnig aanpakken. Toch dringt zich bij alle verha­len steeds het idee op dat iemands geestelijke houding, je inzicht en je angsten, bepalen of het lijf reageren zal met een aanval. Dat troost eigenlijk. Je hebt het misschien toch wel in eigen hand. Zoek hulp bij een geliefde of deskundige. Praat met je huisarts. Zeuren en zelfbeklag maakt het zeker alleen maar erger!

PdH
terug


8. WERKEN MET FAMILIE OPSTELLINGEN
(artikel in Onkruid 2001)
In de wereld van groepstherapie en reïncarnatietherapie is het werken met fami­lieop­stel­lingen, de gezins-of systeemtherapie, sterk in op­komst. De Duitse initiator Bert Hellinger krijgt steeds meer navolging in Nederland. Peter den Haring woonde een workshop van Eelco de Geus en Hanneke van der Wielen bij. Ik was acht jaar toen ik aan tafel dè vergissing van mijn jonge leven maakte door ‘ouwe­hoer’ tegen mijn moeder te zeggen, een indrukwekkend woord vond ik, net opgepikt op de basis­school. Mijn vader sloeg me alle treden van de trap op, met een rooie kop schreeu­wend: “Ik zal je afleren om je moeder een hoer te noemen!” Wat hij bedoelde, bleef me lang onduidelijk, wel snap­te ik door dat onmatige pak slaag al vroeg dat er ergens een geheim in de familie moest zitten. Ik begon er naar te vissen bij familieleden. Was het haar tijdelijke relatie met zijn jongere broer toen hij als dwangarbeider in Duitsland werkte? Of was er iets met hem en een Russische vrouw in die kamptijd ge­weest? Of iets met dat verhaal dat hij verliefd werd op een ander, toen mijn moeder al drie kinderen van hem had? Ik heb lang gezocht naar informatie die De Waar­heid zou onthullen en tegelijk mijn gedragsproblemen kon oplossen. Mijn vader ging dood op mijn twaalf­de dus had ik ook last van Oedi­poedale nei­gingen naar mijn moe­der en van bindings­angst vanwege de vrees om opnieuw zon­der af­scheid in de steek gelaten te worden. Ik kom uit een generatie (1946) waar veel psychotherapeutische nieuw­lich­ters hun vaardigheden op konden uitpro­beren; ze hadden aan mij een willig deelnemer. Tussen 1975 en 1992 maakte ik dus kennis met scala aan groepstherapeutische technieken met namen als Encoun­ter, Tantra en Ge­stalt. Ik onderzocht mijn geest met Vipassana medita­tie, regres­sie­therapie, astrologie en aura lezen. Er kwam Tarot en I Tjing aan te pas en ik zat in zweethutten te communice­ren met mijn voorou­ders. Kwaad mochten we volop zijn. Ik moest met de vuisten op kussens tim­me­ren en dan vergeven en loslaten. We­ten, Begrij­pen en Verlich­ting, daar ging het mij en mijn mede­groepsleden om in die ja­ren. Ik heb ge­rouwd om mijn overleden ouders maar me in dat proces ook heftig tegen hen afge­zet. Heeft al die therapie defi­nitief ge­holpen? Had het simpe­ler gekund? Die vragen komen sterk bij me op tij­dens een work­shop met systeemthe­rapie van Bert Hellin­ger als ik meer duidelijkheid wil hebben over het ‘geheim’ van mijn vader, over de mysterieuze andere vrouw(en) in zijn leven en over zijn posthume invloed op mijn leven. Als probleemaangever/cliënt heb ik willekeurig uit de mededeelne­mers re­presentanten voor de betrokken partijen in mijn familie­con­flict mogen kiezen. Marjolein wordt mijn moeder, Fred mijn vader, ik kies Ton als degene die mijn rol op zich moet nemen. Linda is de Russin, de hoer, de andere vrouw, de hoer. “Volg je inner­lijke bewe­ging,” heeft de begeleid­ster gezegd. “Je neemt hen met beide handen bij hun schouders en je stelt ze ruim­telijk in relatie tot el­kaar op.” Veel heeft de therapeute niet aan me gevraagd van te voren en dat is ook niet de bedoe­ling. Teveel feiten bemoeilijken de intuïtieve waarneming alleen maar, zowel bij de therapeut als bij de re­presentanten. Om dezelfde reden mag de cliënt tijdens de op­stelling niet spre­ken, en mogen de repre­sentanten de cliënt geen vragen stellen. Ik zet iedereen haaks op elkaar, niemand kijkt elkaar aan. Fred en Ton staan met de rug naar elkaar. Dan moet ik weer aan de kant gaan zitten. De repre­sentanten laten het beeld door­dringen en inwer­ken. Er wordt het mini­male ge­zegd en ver­klaard, een bijna woor­de­loos drama. In andere opstellingen heb ik al gezien dat repre­sentan­ten spontaan reageren met anders ademhalen, verstij­ven of trillen, het hoofd buigen of zelfs gaan huilen. Ineens zie je mensen ver­liefd of geïnteresseerd naar iemand kijken.  Begeleidster Hanneke van der Wielen bevraagt iedereen naar de sterkste, overheer­sende emoties en de eer­ste, impulsie­ve nei­gin­gen. “Ik voel me in een leegte, in een niemands­land,” zegt mijn ‘vader.’ Mijn ‘moeder’ kijkt met een lege blik: “Ik ben zo eenzaam.’ Mijn alter ego Ton spreekt uit dat hij zich opgesplitst en versplinterd voelt. Hanneke verplaatst en ondervraagt hen; onder haar gedecideerde regie komt een soort toneelstuk op gang. Daarbij past ze Hellingers drie regels van orde­ning (wetmatig­he­den) toe op deze opstelling (zie het kader). Soms begrijp ik absoluut niet waarom ze het proces bepaalde kanten uitstuurt, maar ik mag niet meer inter­veniëren, behalve als van de feite­lijkheden wordt afgewe­ken (“Nee, mijn ouders waren al in 1943 getrouwd, voordat hij werd opgepakt”). Uiteindelijk ontstaat er een harmonieuze ontwikkeling tussen de vier personen in het midden. Dan moet ik weer ruilen met Ton, die tijdelijk mijn rol gespeeld heeft. Ik voel een lichte weer­stand. Is het voorin­geno­menheid omdat het theaterbeeld dat is gecreëerd, me niet zo veel zegt? Ik probeer er toch in mee te gaan. De the­rapeute geeft mij een witte krat met allerlei spul­len in handen en laat mij dat overhan­digen aan iemand die mijn vader repre­sen­teert. Ik moet haar nazeg­gen: “Ik geef je jouw last terug. Ik acht jou zoals je bent. Jij bent de grote, ik ben de klei­ne. Ik acht jouw eigen lot, maar dat moet je maar zelf vorm ge­ven.” Wat?! Heb ik heel lang de dingen gedaan die hij niet heeft kunnen doen door zijn vroe­ge dood? Zijn lasten gedragen? Uit (journalis­tieke) gewoonte wil ik direct gaan analyseren, erover praten, ik mis de toe­lichting zoals ik ken van Psycho­drama, ik wil al de sym­bolie­ken duide­lijk krij­gen, maar ik word onmiddellijk afgekapt. “Ho, ho. Het is niet nodig om het alle­maal te benoe­men. Blijf bij je diep­ste, sterk­ste gevoelens, blijf afgestemd op dit veld.” MorfogenetischIs dit het morfogenetische veld van Rupert Sheldrake, dat zelfs continenten overspannende telepathische gebeuren dat maakt dat honden weten dat hun baasje nu in het vliegtuig naar huis stapt? Wor­den de representanten werkelijk overge­no­men door een familieziel? In bepaalde families zijn er zeker belastende in­vloeden over meerde­re gene­raties heen zicht­baar en voel­baar. Is er een gemeenschaps­bewust­zijn, een collec­tief genetisch pakket dat een ordenend (en hopelijk helend) program­ma uitvoert? Hoe ver gaat dat? Later zegt deelneemster Wies: “Ik moest iemands moeder spelen en prompt viel er een afwij­zende, hoog­har­tig­heid als een kille muur om me heen. Ik werd me daardoor bewust dat het niet meer dan een rol is, omdat ik in de opstelling daar­voor totaal ande­re ge­voelens had ervaren. Zo’n rol kan je wel heel ver meenemen. Daarom is het zo essentieel dat de trai­ner na de beëindiging van de opstel­ling iedereen nadrukke­lijk vraagt om uit die rol te stappen.” Eelco de Geus is trainer bij het Zwolse Instituut voor systeemconstellaties. “Ik kijk of de participant geraakt wordt in de ziel,” zegt hij. “Of er een positieve beweging op gang komt. Maar theorie komt er nauwelijks aan te pas. Er is wel een kader maar geen vast model. We werken steeds met de effecten. Zodra expe­rimenten en verschijnselen regels lijken op te leve­ren, gaat het wezenlijke idee ach­ter de familie-opstellingen op de hel­ling. Na­tuurlijk wordt de probleemstelling van de aange­ver of aangeefster gere­gisseerd. Aanvanke­lijk is dat onze focus, maar daar hoeft de het nooit bij te blijven. Je gaat voor­bij jezelf kijken, voor­bij aan wat je weet. Je geeft toe aan een grotere kracht die naar orde­ning streeft.”Mijn moeder zei me ooit dat zij door mijn vaders vroege dood een veel bredere bepaalde maatschappe­lijke ontwikkeling heeft kunnen krijgen. Volgens Hellinger doen bepaalde zielen dat met opzet. Had ik ook voordeel van zijn dood? Maakte hij vroeg plaats gemaakt voor mij? Om mij meer speelruimte te geven? Denk, denk, denk. Ik moet op­houden met analyseren; in opstellingen van anderen zie ik toch dat er allerlei zinnige, helende emoties boven komen? Zo verbaast me de sterke rol van een vroege­re verloof­de van Wies, die kennelijk het gedrag be­nvloedt van Wies’ jonge dochter. Met het verstand is dat nauwe­lijks te bevatten maar energetisch vindt Wies het achteraf allemaal kloppen. “Ik heb je niet geno­men zoals je was. En dat spijt me werkelijk. Ik neem de volle verantwoordelijkheid.” Dat moet Wies tegen haar ex-partner zeggen en hem dan voorstel­len aan haar nieuwe gezin. De ver­loofde kan dan rustig uit beeld vertrekken en Wies hevig ont­roerd achterla­ten.”Het is hier net de reparatiedienst,” zegt deelnemer René in de nabespreking. Jan Jacob Stam is één van de eerste therapeuten, die in Neder­land met familieopstellingen is gaan werken. In een schitterend klein boekje met de titel Nederlandse Wind, uitgegeven ter gelegenheid van de eerste confe­rentie over systemisch werk, geeft hij talloze aanspre­kende voorbeelden. Van de man die als jongen geopereerd is aan een klompvoet. De representant van het weggehaalde deel en de representant van hemzelf ontwikkelen een intens contact en de man zegt: “Er is ingegrepen in mijn lot. Liever had ik die voet gehouden.” Zou dat gevoel ook niet gelden bij elke onvrijwillige penisbesnijding? Stam stelt ook dat er juist een onbalans vergroot kan worden als je iemand vergeeft die je onrecht heeft aangedaan. “Wanneer je iemand vergeeft, maakt dat de ander eerder kleiner dan groter.” De eenheid in de heilige familie als de ultieme oplossing, het klinkt goed, maar ik twijfel. Ik heb zeker op die middag echte tranen gehuild om het gemis van mijn vader, dat is waar. Dat mijn vader sterk met mij mee heeft gekeken, invloed gehad heeft in al mijn relaties, dat kan ook zo zijn. Maar Hellinger lijkt tussen de regels door zo’n pleitbezorger van het ouderwetse, monoga­me, gezegsgetrouwe gezin. Naweeën van wat katholiek, traditioneel moralisme of is er invloed van zijn kennis van het Afrikaanse stamverband, dat machtige collectieve bewust­zijn, dat op straffe van uitsluiting en verbanning zijn wil oplegt aan elk individu? Hoe zit het met feministische emancipatoire bewegingen? Met de zwarte schapen, met de trendsetters die tegen de spruitjeslucht van hun familie in nieuwe wegen durfden te bewandelen? Fami­lies hebben toch een neiging tot behoudzucht of ze nu door patriar­chen of matriarchen geleid worden? Is de familieopstelling een variant van de Aziatische voorouderverering? Ik loop (vast geen toeval!) diezelfde week tegen een kritische mevrouw aan. Kritiek Wilma heeft vorig jaar in het kader van een therapeutische opleiding deelge­nomen aan een familieopstelling. Ze heeft er veel van geleerd maar ook afstand genomen. “Ik wilde meer weten over de ongrijpbaarheid van mijn familiesituatie. Mijn moeder heeft mij ver­stoten en sociaal eigenlijk dood verklaard. Zij ontkende heel lang mijn passionele aard, mogelijk omdat ze haar eigen passie van­we­ge haar jeugd­gebeurtenissen altijd ont­kend heeft. Er moest ook altijd gedacht worden vanuit de ander en dat is dodelijk voor je gevoel van eigenwaarde. Op mijn vraag kreeg ik aanvankelijk een heel tastbaar en levendig antwoord. Het was alsof ik landde, toen de beelden die altijd bij me geweest waren, ineens uitvergroot en verlevendigd werden. Van mijn overgrootvader en grootvader werd altijd gezegd dat het mannen waren ‘die van vrouwen hielden.’ En dat mocht ook rustig uitgesproken worden. Maar omge­keerd werden vergelijkbare verlangens van mijn oma en moeder direkt toegedekt. Taboe. Tussen mijn ‘opa’ en mijn ‘moeder’ in de opstelling ontwikkelde zich snel een onge­neerde erotische dynamiek, shockerend voor alle partijen. Ik wist ineens hoe ik op mijn beurt uit de vrouwenlijn van de familie was gevallen. Het kwam tegelijkertijd bij me op dat mijn moeder gezien heeft hoe mijn oma ten onder ging aan zulke hef­tige gevoe­lens en dat zij door zichzelf in te perken, geprobeerd heeft om mij te beschermen tegen de nadelige gevol­gen van zo’n grote maar ook onhandelbare en misschien vernietigende hartstocht. Zo zag ik mezelf dan jaren rondlopen zonder make up, alleen maar sportief gekleed, het keurige masker. De familieopstelling heeft dat overlevingsmechanisme wel zichtbaar gemaakt, maar me ook naderhand verward. Dat ontstond door de protestantschristelijke beelden rond het gebod ‘Eert uw vader en uw moeder’ die mij met de paplepel zijn ingegoten. Mijn vroegere depressies hadden nu juist veel te maken met onderdrukt verzet tegen de schijnheiligheid en de seksueel onderdrukkende normen van mijn ouders. Ik had grote moeite om mijn eigen woede te accepteren als een schaduw van mijn zogenaamd grote verdraagzaamheid. Doordat ik indertijd in die familieopstelling opnieuw vooral mijn respect en begrip voor mijn ouders moest neerzet­ten, ging dat even authentieke meisjesverzet weer lang in de kast. De trainer heeft dat stuk voor mijn gevoel toen niet afgemaakt, omdat men misschien moeite had met het integreren van die seksue­le onderlaag. Het systeem is voor mijn gevoel prach­tig omdat het de betrokkenen in de groep op dat moment een grote steun in de rug geeft, maar bij een misser wordt je oorspronkelijke trauma en je kwetsbaarheid achteraf versterkt geactiveerd. Daarom is dit systeem, misschien meer dan andere therapiesoorten, verraderlijk afhankelijk van de intuïtieve kwaliteiten van de begeleiders.”

Eelco de Geus om commentaar gevraagd: “Het komt veel voor dat cliënten hun familie als een beperkende moraliteit ervaren. Maar je vloeit psychisch en fysiek uit hen voort. Wie het eerst komt, die geeft het leven door. Dat leven van de ouders aan kunnen nemen geeft kracht. Je kunt echter in de positie van het zwarte schaap blijven. Als je je boven degene stelt die leidt, als je in blijft gaan tegen de natuurlijke levensstroom, tegen de impliciete ordening die van je vraagt dat je je ouders aanneemt, dan duurt de verstrikking voort. Dat onbewuste verzet betekent dan automatisch lijden.”

KADER
In de wereld van NLP en hypnotherapie is het werken met familieopstellingen sterk in opkomst. Initiator Hellinger is een 76-jarige Duitser, voormalig katholiek missionaris onder de Zoeloe’s in Zuid­west-Afrika. Zijn basis werd gevormd door stu­dies filosofie, theologie en pedagogiek. Later werd hij psycho­analyticus. De ‘ultieme Empiricist’ zegt de achterflap van zijn nieuwste boek (De verborgen dynamiek van familiebanden. Hellinger beschouwt de familie als een lotsverbonden gemeenschap, waarvan de leden onbewust en incidenteel ook bewust elkaars lasten kunnen gaan dragen. Zulke verstrikkingen kunnen in een intuïtieve spelvorm ontward worden. Daarbij worden drie basisregels gehanteerd.

Regel 1 hebben de levenden en de doden allemaal recht op een eigen plaats. Als er iemand geen plaats heeft, verwaarloosd is of tekort gedaan, dan gaat vaak een jonger persoon het onafge­maakte leven van dat verwaarloosde familielid leven. Goed­maken of afmaken.

Regel 2 stelt dat er een rangorde is. Wie eerder was, heeft voorrang ten opzichte van degene die later komen. De oudere, de volwassene is groter dan het kind. De oudere heeft een eigen opdracht, het kind is maar het kind. Het hoeft geen lasten van de ouder te dragen. Omgekeerd is het onjuist als kinderen boven hun ouders proberen te gaan staan, zonder die ouder correct te erkennen in zijn of haar archetypische rol. Een dochter op de plaats van haar moeder ten opzichte van de vader, een zoon op de plaats van zijn vader ten opzichte van de moeder, dat zijn conflicten die tegen de natuurlijke ordening, tegen de stroom in gaan.

Regel 3 bepaalt dat er een balans moet zijn tussen geven en nemen. Kinderen die uit een soort blinde liefde of loyaliteit problemen van hun ouders proberen op te lossen, raken eenzijdig verstrikt in een onbalans. Die balans houdt zich niet aan de tijd en springt soms een generatie over. Zo kun je wonderlijke offers op het spoor komen. Een onschuldig kind is bereid te boeten voor een niet ingeloste schuld van een ouder of grootouder. Of een dochter vertegenwoordigt de vroegere vrouw van haar vader en gedraagt zich als partner tegenover de vader en als rivaal tegenover de moeder. Als de vroegere vrouw van vader onrecht is aangedaan, dan toont de dochter tegenover de ouders de gevoelens van deze vrouw.
In dit onzichtbare familieweb wordt zowel steun als beperking ervaren. Kinderen zijn bereid liever te verdwijnen en onzichtbaar te worden dan dat één van hun ouders verdwijnt. Dan kan een kind verlangen om een vroeg gestorven ouder in de dood te volgen, een ou­der of grootouder een gestorven kind of klein­kind en de partner zijn overleden geliefde. Er zou in elke familie over de generaties heen een behoefte aan evenwicht tussen winst en verlies bestaan. Degenen die winst hebben geboekt ten koste van anderen betalen daarvoor met een verlies, waar­mee ze het evenwicht herstellen. Als zij daders waren, betalen ze meestal niet zelf, maar degenen die na hen komen. Hellinger verwijst naar het vaak zware leven van kinderen van oorlogsmisdadigers en criminelen, maar ook naar de kinderen van zeer rijke mensen, die veel moeite hebben om juist om te gaan met die ontrem­mende overvloed. Alle personen door wiens ongeluk of dood de familie voordeel heeft gehad, maar ook de slachtoffers van geweld of moord door vroegere familieleden hebben hun juiste plek en erkenning nodig. Zulke slachtoffers moeten door alle familieleden in de ogen gekeken en geëerd worden. Ieder moet voor hen buigen en om ze rouwen. Daarna moeten de oorspronkelijke overwinnaars en daders zich bij de slachtoffers voegen en de overige familieleden moeten hen daar laten. as dan zijn de nakomelingen vrij van het verleden.

terug

Coaching, Astrologie, Journalistieke producties